Deel jouw ervaring

Cijfers

Hieronder lees je alle vragen over dit thema. Kan je iets niet vinden? Stel dan je vraag aan een van onze medewerkers via Vraag & Antwoord.

Hoeveel mensen roken?

Hieronder drie tabellen met een overzicht van het aantal rokers in Nederland, Amsterdam en Gooi- en Vechtstreek. Als een cel leeg is, zijn er geen gegevens bekend. Ooit is het antwoord op de vraag: “heb je ooit van je leven gerookt?”. Laatste maand is het antwoord op de vraag: “heb je afgelopen maand gerookt?”.

Nederland

Percentage rokers in Nederland:

Ooit Laatste maand Dagelijks
Bevolking 18+ 22,4% 16%
Scholieren 12-16 jaar 17,3% 7,8% 2,1%
Bezoekers dance evenementen 21,7 jaar 80.1% 58% 47%

Amsterdam

Percentage rokers in Amsterdam:

Ooit Laatste maand
Scholieren 15 jaar  24,0% 9,1% waarvan:
Dagelijks: 43%
Bijna dagelijks: 6,7%
Een paar dagen per week: 15,3%
Alleen in het weekend: 4,4%
Af en toe: 27,6%
Zelden: 3%
MBO-studenten 19 jaar 57,5% 35,3% waarvan:
Dagelijks: 17,5%
Coffeeshopbezoekers 25 jaar  89,4% 74,4% waarvan:
Dagelijks: 60.4% (29,8% rookt >10 sigaretten per dag)
5-6 dagen per week: 11.2%
3-4 dagen per week: 13.6%
1-2 dagen per week: 8.9%
Minder dan 1 dag per week: 5.9%
Cafébezoekers 27 jaar 85,4% 55,4% is huidige roker, waarvan:
Dagelijks: 33,8% (10,1% rookt >10 sigaretten per dag)
5-6 dagen per week: 6,7%
3-4 dagen per week: 13,0%
1-2 dagen per week: 10,7%
Minder dan 1 dag per week: 35,8%
Cliënten
Jeugdhulpver. 16,3 jaar
57,6% 43,2% waarvan:
Dagelijks: 63,8%
Bijna dagelijks: 18,1%
Een paar dagen per week: 6,7%
Alleen in het weekend: 1%
Af en toe/bij gelegenheden: 5,7%
Zelden/bijna nooit: 4,8%
Club- en festivalbezoekers 26 jaar 89,2% 60,8% waarvan:
Dagelijks: 36,8% (15,9% rookt >10 sigaretten per dag)
5-6 dagen per week: 7,1
3-4 dagen per week: 7,9%
1-2 dagen per week: 11,8%
minder dan 1 dag per week: 36,3%

Gooi- en Vechtstreek

Percentage rokers in Gooi- en Vechtstreek

Ooit Laatste maand
Uitgaanders 21 jaar 87,0% 60,9% waarvan:
Dagelijks: 53,2% (32,1% rookt >10 sigaretten per dag)
5-6 dagen per week: 4,5%
3-4 dagen per week: 9,9%
1-2 dagen per week: 9,0%
minder dan 1 dag per week: 23,4%
Cafébezoekers 24 jaar 84,5% 65,8% waarvan:
Dagelijks: 47,1% (19,8% rookt >10 sigaretten per dag)
5-6 dagen per week: 9,8%
3-4 dagen per week: 10,8%
1-2 dagen per week: 6,9%
minder dan 1 dag per week: 25,5%

Toelichting Cijfers

Algemene bevolking

22,4% van de Nederlandse bevolking van 18 jaar of ouder heeft in 2018 het afgelopen jaar wel eens gerookt. Dat zijn naar schatting 3 miljoen mensen (1).

Van de mensen die het afgelopen jaar hebben gerookt, zijn dit de groepen die veel roken:

  • Mannen roken meer dan vrouwen.
  • 20-24-jarigen (32,6%), 25-29-jarigen (27,9%) en 30-39-jarigen (26,7%). Dit zijn echter niet allemaal dagelijkse rokers.
  • Hoog opgeleiden roken minder vaak ten opzichte van laag opgeleiden.
  • Mensen met een Nederlandse achtergrond (21,5%) of Westerse migratieachtergrond (24,5%)roken minder dan mensen met een Niet-Westerse migratieachtergrond (26,6%).

Deze cijfers komen uit de Leefstijlmonitor, een onderzoek van het CBS in samenwerking met het RIVM en enkele instituten die in leefstijl zijn gespecialiseerd. In deze monitor wordt ook gekeken naar het gebruik van alcohol en drugs onder de algemene bevolking.

Scholieren

Van de scholieren tussen 12 en 16 heeft 17,3% ooit gerookt, 7,8% de laatste maand  en 2,1% rookt dagelijks. Jongeren roken de laatste jaren steeds minder (2).

Dance evenementen

In 2016 is het gebruik van drugs onderzocht onder bezoekers van dance evenementen (3). De gemiddelde leeftijd van de bezoekers van dance evenementen was 21,7 jaar. 58,9% heeft de afgelopen maand gerookt en 53.1% rookt dagelijks.

Cijfers Amsterdam

Scholieren Amsterdam

In 2011 zijn in het Antenne onderzoek 15 jarige scholieren (derdeklassers) ondervraagd. 9.1% heeft afgelopen maand gerookt. Van deze groep rookt 43% dagelijks (4).

MBO-studenten Amsterdam

In 2016 zijn MBO-studenten in Amsterdam ondervraagd. De survey is gehouden binnen diverse mbo-instellingen en locaties. De leeftijd van de studenten varieerde van 15 tot en met 35 jaar met een gemiddelde van 19 jaar. 57,4% heeft ooit gerookt, waarvan 14,8% 1 of 2 keer. 35,3% van de mbo-studenten heeft de afgelopen maand gerookt, waarvan 17,1% dagelijks. 43,4% rookte het afgelopen jaar (5).

Coffeeshopbezoekers Amsterdam

In 2015 zijn in het Antenne onderzoek de coffeeshopbezoekers in Amsterdam ondervraagd (6). De gemiddelde leeftijd van de ondervraagden was 25. Coffeeshopbezoekers gebruiken ook veel tabak. 74,4% heeft afgelopen maand gerookt. Van deze groep rookt 60,4% dagelijks.

Café bezoekers Amsterdam

In 2018 zijn in het Antenne onderzoek de café bezoekers ondervraagd (7). 55,4% heeft afgelopen maand gerookt. Van deze groep rookt 44,2% dagelijks.

Cliënten jeugdzorg Amsterdam

In 2012 zijn in het Antenne onderzoek de cliënten van de jeugdzorg in Amsterdam ondervraagd (8). 43,2% heeft afgelopen maand gerookt. Van deze groep rookt 63,8% dagelijks.

Club- en festivalbezoekers Amsterdam

In 2017 zijn in het Antenne-onderzoek de clubbezoekers ondervraagd (9). 60,8% heeft afgelopen maand gerookt. Van deze groep rookt 36,8% dagelijks.

Cijfers Gooi- en Vechtstreek

In 2017 is het Antenne onderzoek ook gestart in de regio Gooi- en Vechtstreek.

Uitgaanders Hilversum

Als eerste werd de survey gehouden onder uitgaanders in Hilversum. De gemiddelde leeftijd was 21 jaar. Ongeveer twee derde woonde daadwerkelijk in Hilversum. Een vijfde woonde elders in de regio en een vijfde buiten de regio. 84,5% had ooit gerookt en 65,8% deed dat in de afgelopen maand (10).

Cafébezoekers

In 2018 waren cafébezoekers in Gooi- en Vechtstreek aan de beurt. Bezoekers van 8 cafés in Hilversum, 5 in Bussum en 2 in Huizen werden ondervraagd. Er werd gekozen voor cafés die voornamelijk jonge bezoekers aantrokken. De gemiddelde leeftijd was 24 jaar. 87,0% had ooit gerookt en 60,9% deed dit in de afgelopen maand (11).

Bronnen

  1. NDM 2019, Trimbos-instituut (2020)
  2. HBSC/Leefstijlmonitor CBS, Trimbos-instituut (2017)
  3. Het Grote Uitgaansonderzoek 2016, Trimbos-instituut (2016)
  4. Antenne 2011, Bonger Instituut (2011)
  5. Antenne 2016 Bonger Instituut (2017)
  6. Antenne 2015, Bonger Instituut (2016)
  7. Antenne 2014, Bonger Instituut (2015)
  8. Antenne 2012, Bonger Instituut (2013)
  9. Antenne 2017, Bonger Instituut (2018)
  10. Antenne Gooi en Vechtstreek 2017, Bonger Instituut (2018)
  11. Antenne Gooi en Vechtstreek 2018, Bonger Instituut (2019)

 

Versie: mei 2020

Hoeveel mensen zoeken hulp voor tabak?

Voor verslaving aan tabak wordt door veel organisaties hulp geboden. De verslavingszorg speelt tot nu toe een beperkte rol. In 2015 behandelde de verslavingszorg in heel Nederland 809 mensen voor roken (1).

Dat is niets in vergelijking met het aantal verslaafden aan tabak. In 2018 is een bevolkingsonderzoek gedaan naar het gebruik van alcohol, drugs en tabak. Er zijn 2,2 miljoen mensen in Nederland die dagelijks roken. Daarvan roken 445.000 mensen meer dan 20 sigaretten per dag (2). Deze groep zou je verslaafd kunnen noemen.

Stoppen-met-roken programma’s

Er zijn ook Stoppen-met-roken programma’s voor rokers die willen stoppen met roken.

In 2014 probeerde 29% van de rokers boven de 18 te stoppen, dat waren meer dan een miljoen rokers. Hiervan had 40% een hulpmiddel of hulpmethode gebruikt. Het overige deel heeft op eigen kracht geprobeerd te stoppen met roken (3).

In 2018 hebben 36,9% van alle rokers boven de 18 één of meerdere serieuze stoppogingen gedaan, dat zijn zo’n 800.000 personen (2).

Overzicht hulp

Hier staat een test waarmee je kunt nagaan of je aan tabak verslaafd bent. Jellinek biedt ook een zelfhulpprogramma aan dat je helpt om te stoppen met roken. Daarnaast biedt Jellinek behandeling aan, maar alleen onder bepaalde voorwaarden. Je kunt dan stoppen met behulp van een therapeut. Lees hier alle informatie over het stoppen met roken bij Jellinek.

Bronnen

  1. Kerncijfers 2015, IVZ (2016)
  2. NDM 2018, Trimbos Instituut (2020)
  3. Factsheet Continu Onderzoek Rookgewoonten 2014, Trimbos Instituut (2015)

 

Versie: mei 2020

Hoeveel mensen stoppen per jaar met roken?

Er zijn in Nederland ongeveer 2.882.567 mensen die roken. Ongeveer 2,2 miljoen mensen roken dagelijks (1). Maar liefst 81% van de rokers is van plan om in de toekomst te stoppen. 65% heeft ooit van zijn leven een stoppoging ondernomen (2).

In 2014 deed 29% van de rokers een poging om te stoppen. Dit gaat om ruim 800.000 mensen. (2).

Het aantal rokers zou in Nederland zeer sterk kunnen afnemen als er manier gevonden zou kunnen worden waardoor de kans op succes sterk van een stoppoging sterk verhoogd wordt. Aan de motivatie ligt het niet. Mensen willen wel maar het blijkt erg moeilijk.

Bronnen

  1. Leefstijlmonitor RIVM 2014
  2. Continu onderzoek rookgewoonten 2014

 

Versie: september 2016

Hoeveel zijn we minder gaan roken?

Het Continu Onderzoek Rookgewoonten (COR) doet onderzoek naar het rookgedrag. Dit onderzoek is voor het laatst uitgevoerd in 2014. Hun vraagstelling luidt: rookt u (wel eens) of rookt u helemaal niet? Uit onderstaande tabel blijkt hoe sterk het roken de laatste jaren is afgenomen.

Bron: Factsheet Continu Onderzoek Rookgewoonten 2014, Trimbos Instituut (2015)

In 2011 was er een grote daling ten opzichte van de jaren ervoor. In 2012 is het aantal rokers weer gestegen, dit komt met name doordat er meer vrouwen zijn gaan roken. Daarna is het weer licht gedaald.

Mannen roken nog wel iets meer dan vrouwen maar het verschil wordt wel kleiner. In 1970 rookten nog 75% van de mannen. In 2014 is dat 24%. Bij de vrouwen nam het roken af van 42% in 1970 naar 22% in 2014.

Er wordt steeds minder dagelijks gerookt. In 2001 rookte 25% van alle Nederlanders dagelijks, in 2014 is dat nog slechts 17%. Het aantal sigaretten dat dagelijks gerookt wordt neemt verder af en ligt in 2014 op 13,1 sigaretten. Tien jaar geleden was dat nog 15,6 sigaret.

 

Versie: maart 2018

Zijn scholieren minder gaan roken?

Het meest recente gegeven komt van het zogenaamde HBSC onderzoek (Health Behaviour in School-aged Children)(1). Dit onderzoek onder leerlingen van 12 tot 16 jaar wordt in een groot aantal landen van Europa uitgevoerd. In 2013 is dit onderzoek voor het laatst gedaan. 26,7% van de leerlingen rookte maandelijks en 4,4% dagelijks.

Behalve landelijk onderzoek is er ook onderzoek gedaan in Amsterdam.

Hieronder 4 tabellen. De eerste en tweede tabel geven de trends in maandelijks en dagelijks gebruik weer. De derde tabel kijkt naar het verschil tussen Westerse en niet-Westerse leerlingen.

De vierde tabel geeft de verschillen tussen Nederland en Amsterdam weer.

Trends in gebruik in Nederland

Bron: Peilstations Onderzoek scholieren

Het maandelijks roken onder scholieren tussen 12 en 18 jaar steeg tot 1996 naar 29.7% om daarna te dalen naar 18.5% in 2007 en 2011 en verder te dalen naar 12% in 2015. Maandelijks roken is het antwoord op de vraag: ‘heb je afgelopen maand gerookt’ (2).

In 2015 had 12% van de scholieren tussen de 12 en 18 de afgelopen maand gerookt. Er roken meer jongens (13.2%) dan meisjes (10.7%).

HBSC Onderzoek

In het HBSC-onderzoek zijn gegevens beschikbaar tot 2013.

Bron: HBSC onderzoek (1)

Uit de gegevens van het HBSC onderzoek blijkt dat de dalende trend in roken zich in 2013 deels voortzet.

Er zijn steeds minder dagelijks rokende scholieren. In 2001 rookten nog 13% van 12 tot 16 jarige scholieren dagelijks. In 2009 is dat 7% en in 2013 4,4%.

Het aantal jongeren dat ooit een sigaret heeft gerookt is in 2013 iets gestegen ten opzichte van 2009.

Amsterdam

Behalve landelijk onderzoek wordt ook onderzoek in Amsterdam uitgevoerd. Onder andere wordt gekeken naar het druggebruik van derde klassers. Deze hebben een leeftijd van gemiddeld 15,3 jaar. In Amsterdam is 56% van de derde klassers niet-westers (dat wil zeggen dat één van de ouders in een niet-westers land is geboren). We geven de trends in maandelijks gebruik van de westerse en de niet-westerse leerlingen (3).

Bron: Antenne 1997, 1999, 2002, 2007 en 2011 (3)

Niet-westerse scholieren rookten altijd minder dan hun westerse schoolgenoten. In 2007 zijn vooral de westerse leerlingen minder gaan roken. Niet westerse leerlingen 16.5% rookten in 2007 iets meer dan hun westerse school genoten. In 2011 hebben de westerse leerlingen ongeveer evenveel gerookt en de niet-westerse leerlingen weer minder. Het totaal aantal rokers onder Amsterdamse scholieren is gedaald.

Amsterdam vergeleken met de rest van het land

Roken Amsterdamse leerlingen nu minder of meer dan scholieren in Nederland? Je kunt 15-jarige leerlingen uit het landelijke Peilstations Onderzoek vergelijken met de derdeklassers uit het Antenne onderzoek. Het landelijke Peilstations Onderzoek werd uitgevoerd in 1996, 1999, 2003, 2007, 2011. Het Amsterdamse Antenne onderzoek werd uitgevoerd in 1997, 1999, 2002, 2007 en 2011. In 2015 zijn beide onderzoeken ook uitgevoerd, maar de Amsterdamse cijfers zijn nog niet uitgebracht. Dus dit jaartal is nog niet meegenomen.

Bron: Peilstations Onderzoek scholieren 2011 en Antenne 2011 (2 en 3)

Amsterdamse scholieren roken minder dan de scholieren van heel Nederland. Dit is toe te schrijven aan het grote aantal niet-westerse leerlingen. In Amsterdam rookten niet-westerse leerlingen in de jaren 97, 99, 2002 en 2011 aanzienlijk minder dan westerse leerlingen. In 2011 rookte 8.6% van de 15-jarige niet-westerse leerlingen maandelijks. Door het grote aantal niet-westerse leerlingen (56%) in Amsterdam is ”niet roken” steeds meer de norm geworden. Hierdoor zijn de westerse leerlingen ongeveer even vaak gaan roken dan hun niet-westerse schoolgenoten.

Dit effect geldt sterker voor Amsterdam dan voor de rest van het land waar nog altijd 18.5% van de 15 jarige leerlingen de afgelopen maand heeft gerookt.

Bronnen

  1. HBSC 2013, Trimbos Instituut (2013)
  2. Jeugd en riskant gedrag 2015, Trimbos Instituut (2016)
  3. Antenne 2011, Bonger Instituut (2011)

 

Versie: maart 2018

Hoeveel mensen gaan er per jaar dood door roken?

In 2017 overleden er naar schatting 19.420 mensen van twintig jaar en ouder door roken (1).

Hieronder een overzicht van de sterfte per ziekte waarbij de oorzaak toe te schrijven is aan roken. Het aantal slachtoffers per ziekte is hoger maar het gaat hier om die gevallen die echt aan roken toe te schrijven zijn.

  • Totaal aantal sterfgevallen door roken in 2017: 19.420
  • Aantal sterfgevallen door longkanker ten gevolge van roken: 8.593
  • Aantal sterfgevallen door andere kankersoorten ten gevolge van roken: 2.981
  • Aantal sterfgevallen door COPD* ten gevolge van roken: 5.227
  • Aantal sterfgevallen door hart- en vaatziekten ten gevolge van roken : 2.465
  • Aantal sterfgevallen door diabetes ten gevolge van roken: 154

Meeroken

De werkelijke sterfte ligt nog hoger omdat meeroken nog niet is meegerekend. Jaarlijks overlijden enkele duizenden mensen door meeroken. Het gaat hierbij vooral om hartaandoeningen (enkele duizenden gevallen), longkanker (enkele honderden gevallen) en wiegendood (een tiental gevallen).

Aandeel roken in dodelijke slachtoffers ten gevolge van alcohol of drugs

In totaal overlijden er jaarlijks aan alcohol, tabak en drugs ruim 24.000 mensen. Dat betekent dat tabak 80% van de totale sterfte door gebruik van genotmiddelen voor zijn rekening neemt. Roken is killer number one.

*COPD= Chronische bronchitis en longemfyse

 

Bron: NDM 2019, Trimbos-instituut (2020)

 

Versie: mei 2020

Hoeveel mensen in Nederland zijn verslaafd en hoeveel zijn er in behandeling?

Hieronder vind je een tabel met het aantal verslaafden in Nederland. De cijfers van cliënten in behandeling zijn van 2015 (1). De cijfers over drugsgebruikers of verslaafden van cocaïne, amfetamine, xtc en GHB zijn een zeer ruwe schatting.

Bij alcohol en cannabis zijn niet alleen de verslaafden geteld, maar ook de mensen die het middel misbruiken. In totaal zijn er in Nederland ongeveer 2 miljoen mensen die verslaafd zijn of een middel misbruiken.

Aantal verslaafden/misbruikers in Nederland en aantal in behandeling:

Stof Aantal verslaafden/misbruikers Aantal in behandeling
Alcohol 477.000 29.374
Tabak 539.000 809
Cannabis 70.000 10.816
Snuifcocaïne 26.857 3.866
Crack 11.200 3.429
Heroïne 14.000 9.093
Gokken 79.000 2.186
Speed (amf) 6.700 1.794
Xtc 420 122
GHB 3.160 837
Medicijnen (voornml. benzo’s) 600.000 839
Internet- gamen 16.000 537
Overig 1.121 1.119
Totaal 1.785.758 64.821

Toelichting cijfers

Alcohol

In 2007-2009 is in het NEMISIS onderzoek gedaan naar het voorkomen van alcoholverslaving in de bevolking tussen 18 en 64 jaar (2). Hiervoor is de DSM IV gebruikt. 82.400 mensen zijn verslaafd.

De DSM IV spreekt ook van alcoholmisbruik. 395.000 mensen misbruiken alcohol. Misbruik wil zeggen dat je wel allerlei negatieve gevolgen van alcohol ondervindt, maar er is nog geen sprake van gewenning en het optreden van onthoudingsverschijnselen bij stoppen.

Tabak

In 2016 is een bevolkingsonderzoek gedaan naar het gebruik van alcohol, drugs en tabak. Toen rookte ongeveer een vijfde (18,6%) van de bevolking dagelijks. 4,1% van de bevolking rookt meer dan 20 sigaretten per dag. Deze groep zou je verslaafd kunnen noemen (3). Dat zijn 539.000 mensen vanaf 18 jaar. Reken je alle dagelijkse gebruikers tot de verslaafden dan kom je aan de 2,5 miljoen mensen.

Cannabis

In 2007-2009 is in het NEMESIS onderzoek bekeken hoeveel mensen aan cannabis verslaafd zijn. Het aantal wordt geschat op 29.300 mensen ofwel 0,3% van de bevolking tussen 18 en 64 jaar (2). Bij mannen ligt het percentage op 0,4% en bij vrouwen op 0,1%.

De DSM IV spreekt ook van misbruik. 40.200 mensen misbruiken cannabis. Misbruik wil zeggen dat je wel allerlei negatieve gevolgen van cannabis ondervindt, maar er is nog geen sprake van gewenning en het optreden van onthoudingsverschijnselen bij stoppen.

Cocaïne

Het aantal verslaafden aan cocaïne in Nederland is niet bekend. Een schatting levert het volgende op.

Crack

Veel mensen die problematisch opiaten (heroïne) gebruiken, gebruiken ook crack (4). Naar schatting zijn er 14.000 mensen die problematisch opiaten gebruiken. Hiervan gebruikt ongeveer 80% ook problematisch crack. Dit zijn ongeveer 11.200 mensen.

Snuifcocaïne

Het aantal mensen in Nederland dat aan snuifcocaïne verslaafd is kan geschat worden door bij andere drugs te kijken naar welk percentage van de problematische gebruikers nu eigenlijk in behandeling komt. Uit bevolkingsonderzoek is bekend hoeveel problematische drinkers, blowers en gokkers er zijn.

Bij alcohol zijn er 82.000 mensen die verslaafd zijn en 395.000 die alcohol misbruiken. In totaal 477.000. Hiervan komen er 30.764 in behandeling ofwel 6,4%.
Bij cannabis zijn er 30.000 mensen die verslaafd zijn en 40.000 mensen die cannabis misbruiken. In totaal 70.000. Hiervan komen er rond de 10.000 in behandeling ofwel 14%.
Bij gokken zijn er 20.000 mensen in Nederland die verslaafd zijn. Hiervan komen er 2.234 in behandeling of wel ongeveer 10%
Blijkbaar zoekt 5% tot 14% van de problematische gebruikers een behandeling. Het aantal problematische gebruikers die cocaïne snuiven kennen we niet. Wel het aantal snuivers dat behandeling zoekt. In 2014 zochten 7.419 mensen een behandeling voor cocaïne. 50% van de groep gebruikte snuift cocaïne, 50% rookte crack. Er hebben zich dus 3.760 mensen aangemeld die de cocaïne snoven. Deze 3.760 mensen vormen tussen de 5 tot 14% van de problematische groep gebruikers. Gaan we op 14% zitten dan zou dat beteken dat het aantal verslaafden en misbruikers van snuifcocaïne op 26.857 ligt.

Tel hier het aantal crack gebruikers bij op en je komt op 38.057.

Heroïne

Het aantal problematische opiaatgebruikers in Nederland wordt geschat op 14.000 (4). 80% van deze groep gebruikt ook crack.

Gokken

In 2016 is door Intraval onderzoek gedaan naar de omvang van verslavingsproblematiek. 79.000 mensen zijn probleemspelers en zeer waarschijnlijk gok- of kansspelverslaafd. 95.700 mensen speelt op een riskante manier (5).

Amfetamine (speed)/xtc

Het aantal amfetamine- en xtc-verslaafden in Nederland is onbekend. Xtc is nauwelijks verslavend. Amfetamine wel. De cijfers die in de tabel genoemd zijn, zijn gebaseerd op de aanname dat 25% van het werkelijk aantal verslaafden in behandeling is.

GHB

Het aantal GHB-verslaafden in Nederland is onbekend. Wel lijkt het erop dat het aantal GHB-verslaafden is toegenomen (4). De cijfers die in de tabel genoemd zijn, zijn gebaseerd op de aanname dat 25% van het werkelijk aantal verslaafden in behandeling is.

Slaap- en kalmeringsmiddelen

In 2005 werden aan 1,9 miljoen Nederlanders slaap en kalmeringsmiddelen voorgeschreven. Bij een derde van hen gaat het om langdurig gebruik (meer dan 3 maanden). Als je deze groep verslaafd noemt zou dat om een groep van 600.000 gaan (6). Bij de cijfers over het aantal mensen in behandeling, gaat het om benzodiazepinen, barbituraten, psychofarmaca en overige medicijnen.

Internetgamen

Mensen kunnen niet alleen verslaafd raken aan middelen, maar ook aan bepaalde activiteiten. Hiervan is de grootste groep verslaafd aan internetgamen. Ongeveer 1,5% van jongeren tussen 13 en 16 jaar kan beschouwd worden als gameverslaafde (7). Dit komt neer op 12.000 jongeren. Van het aantal hulpzoekers is 82% jonger dan 25 jaar. Als je die 12.000 verslaafde jongeren ziet als 75%, komt er nog 25% ofwel 4.000 mensen bij. Dit komt neer op ongeveer 16.000 problematische internetgamers.

Totaal

Totaal zijn rond de 2 miljoen mensen in Nederland verslaafd. In 1.677.363 gevallen gaat het hierbij om de legale middelen alcohol, tabak en slaap- en kalmeringsmiddelen.

 

* De verslaafden aan crack zijn niet meegeteld. Dit is immers dezelfde groep als de heroïneverslaafden.

 

Bronnen:

  1. Kerncijfers 2015, SIVZ (2016).
  2. Nemisis 2- 2007-2009. Trimbos Instituut.
  3. Nationaal Prevalentie Onderzoek Middelengebruik 2009: De kerncijfers, IVO (2009).
  4. NDM 2017, Trimbos Instituut.
  5. Modernisering kansspelbeleid, Intraval (2016).
  6. Noorlander, E. Misbruik van en verslaving aan medicatie. In: Drugs en alcohol. Gebruik, misbruik en Verslaving.
  7. vVn Rooij et al., 2011.

 

Versie: januari 2019

Is het aantal mensen dat behandeling zoekt voor alcohol of drugs toegenomen?

Hieronder vind je een tabel met het aantal aanmeldingen van 2005 tot 2015. Daarna zijn er geen nieuwe cijfers meer gekomen.

Tot 2011 is het aantal aanmeldingen over het algemeen toegenomen. Daarna is er sprake van een dalende trend.
Het aantal mensen wat in behandeling komt voor heroïne daalt ieder jaar.

Bron: Kerncijfers verslavingszorg 2015

Toename sinds 2003

Het aantal mensen dat voor cannabis in behandeling kwam is flink toegenomen. In 2003 waren 4.485 personen in behandeling voor cannabis. In 2015 waren dat 10.816 personen.

Het aantal mensen dat voor amfetamine in behandeling kwam is in de afgelopen tien jaar meer dan verdubbeld. In 2003 waren 735 personen in behandeling. In 2015 waren dit er 1.794.

Het aantal mensen dat voor alcohol in behandeling kwam is sinds 2003 toegenomen tot 33.897 in 2010. Daarna is het afgenomen tot 29.374 in 2015.

Het aandeel GHB en overige verslavingen (eetstoornissen, internetgamen en seksverslaving) (niet in de grafiek meegenomen) is de laatste jaren toegenomen.

Afname

Het aantal mensen dat voor cocaïne in behandeling kwam schommelde tussen 2003 en 2011 tussen de 8 en 9 duizend personen. De afgelopen 3 jaar is het licht gedaald.

Het aantal mensen dat voor gokken (niet in tabel) in behandeling kwam is sinds 2003 met 2.820 afgenomen naar 2.186 personen in 2015.

Het aantal mensen dat voor heroïne in behandeling is, is afgenomen van 14.410 in 2005 naar 9.093 in 2015.

Bron

Kerncijfers 2015, IVZ (2016)

 

Versie: februari 2018

 

Neemt het aantal jongeren dat een behandeling zoekt toe?

Het aantal jongeren dat in behandeling komt is de afgelopen jaren licht gestegen. Het aantal ouderen dat in behandeling komt is veel meer gestegen. Dit heeft o.a. te maken met de vergrijzing van de bevolking in Nederland.
Hieronder is een grafiek te zien met het aantal jongeren in behandeling in de afgelopen 10 jaar.

Bron: Kerncijfers verslavingszorg 2015

Toename in percentages

Alcohol

Het aantal jongeren dat voor alcohol in behandeling kwam is de afgelopen 10 jaar toegenomen. In 2006 kwamen 1021 jongeren in behandeling voor alcohol. In 2015 waren dat 1491 jongeren. Dat is een toename van 46%.

Cannabis

Het aantal jongeren dat voor cannabis in behandeling kwam is de afgelopen jaren toegenomen. In 2006 waren 2399 jongeren in behandeling voor cannabis. In 2015 waren dit 4067 jongeren. Dat is een toename van 69%.

GHB

Het aantal jongeren dat voor GHB in behandeling kwam is pas sinds 2007 gemeten. Sindsdien is het ieder jaar gestegen tot 2012. In 2007 waren 29 jongeren in behandeling voor GHB. Dit is met 834% toegenomen tot 242 in 2012. Daarna is het weer gedaald tot 192 in 2015.

Afname in percentages

Heroïne

Het aantal jongeren dat voor heroïne in behandeling is daalt. In 2006 waren 216 jongeren in behandeling. In 2015 waren dit 192 jongeren.

Cocaïne

Het aantal jongeren dat voor cocaïne in behandeling kwam is sinds 2006 met 44% gedaald van 1233 in 2006 naar 551 in 2015.

Schommelingen

Amfetamine

In 2006 kwamen 508 jongeren in behandeling voor amfetamine. Dit steeg tot 670 jongeren in 2008. Sindsdien is het weer gedaald tot 439 jongeren in 2015.

Gokken

Het aantal jongeren dat voor gokken in behandeling schommelt de laatste 10 jaar rond de 300 tot 400 jongeren. In 2015 waren 345 jongeren in behandeling voor gokken.

Xtc

Voor xtc melden weinig mensen zich aan voor een behandeling. In 2006 kwamen 102 jongeren in behandeling voor xtc en in 2016 83.

Bron

Kerncijfers 2015, SIVZ (2016)

 

Versie: februari 2018

Welke leeftijd hebben de mensen die in behandeling komen?

Hieronder een tabel met de leeftijden van de mensen die in 2015 in Nederland in behandeling waren. In de tabel cijfers over: de gemiddelde leeftijd, mensen onder de 25 jaar, tussen 25 en 39 jaar, tussen de 40 en 55 jaar en ouder dan 55 jaar.

Middel Gemiddelde leeftijd <25 25-39 40-55 55+ Totaal
Alcohol 46 1.491 7.081 12.520 8.282 29.374
Heroïne 48 76 1.450 5.223 2.344 9.093
Cannabis 30 4.067 4.872 1.664 213 10.816
Cocaïne 39 551 3.318 2.736 690 7.295
Amfetamine 31 439 1.046 282 27 1.794
Xtc 24 83 30 8 1 122
GHB 30 192 536 98 11 837
Gokken 37 1294 595 122 121 2.186

Het probleem waarmee jongeren onder de 25 komen is vooral cannabis en daarnaast ook alcohol, GHB en xtc. Het probleem onder 55 plussers is vooral alcohol.

Bron

Kerncijfers 2015, IVZ (2016)

 

Versie: februari 2018

 

Hoe moet ik cijfers over drugsgebruik in de krant lezen?

In onderzoek naar het gebruik van drugs worden vaak drie vragen gesteld:

  • Heb je ooit van je leven gebruikt?
  • Heb je het afgelopen jaar gebruikt?
  • Heb je afgelopen maand gebruikt?

De ”ooit cijfers” liggen altijd hoog. Als je aan mensen vraagt of zij wel eens ooit oranjebitter gedronken hebben, heb je dikke kans dat 80% dat met ja beantwoordt (met Koninginnedag bijvoorbeeld). Vraag je naar het laatste maand gebruik van oranjebitter dan kom je waarschijnlijk nog niet eens aan de 0,01%.

Daarom is het zo belangrijk om bij het lezen van de krant goed te kijken om welke cijfers het gaat: ”ooit cijfers” of ”laatste maand” cijfers. De ”laatste maand” cijfers geven een veel beter beeld over het actuele gebruik. Hieronder een tabel met de verschillen tussen het ooit, laatste jaar en laatste maand gebruik in 2018 (1).

Drugs Ooit gebruikt Laatste jaar gebruikt Laatste maand
Cannabis 23,7% 7,5% 4,6%
XTC 8,4% 2,8% 1,1%
Cocaïne 5,4% 1,6% 0,7%
Speed 4,6% 1,1% 0,5%
Heroïne 0,5 0,06% 0,05%
GHB 1,5% 0,4% 0,2%

Steeds meer en steeds vaker

In de pers worden ook vaak de woorden “steeds meer” en “steeds vaker” gebruikt. “Steeds minder” kan ook, maar dat wordt, als het om drugs gaat niet als nieuws beschouwd.

Als je “steeds meer” of “steeds vaker” hoort of leest, dien je erg op je hoede te zijn. ”Steeds meer” en ”steeds vaker” zegt niet zoveel. Verschillen kunnen ook op toeval berusten. Om te bepalen of iets steeds meer of steeds vaker voorkomt, is degelijk wetenschappelijk onderzoek nodig. Kijk in het krantenartikel of er onderzoek gedaan is en wie het onderzoek heeft gedaan om te kunnen beoordelen of ”steeds meer” of ”steeds vaker” op harde gegevens berust.

Vergelijkingen

Bij de woorden ”steeds meer” en ”steeds vaker” worden vaak vergelijkingen gemaakt, bijvoorbeeld vaker dan vorig jaar. Hierbij maakt de pers vaak gebruik van een vergelijking die bij nadere beschouwing de daling of stijging in een heel ander daglicht kunnen zetten. Ondertussen is het al wel nieuws, zeker als het uitmondt in Kamervragen.

Bij vergelijkingen is het belangrijk om te kijken naar het jaar waarmee vergeleken wordt. Is dit 1 jaar terug of 10 jaar terug. Ten opzichte van 10 jaar geleden kan iets best gestegen zijn terwijl het de laatste 5 jaar helemaal constant is of zelfs gedaald is.

Voorbeelden

In het algemeen is het druggebruik onder scholieren sterk toegenomen tot 1996 daarna is het een tijdje stabiel gebleven en vervolgens weer gedaald. Vergelijk je met de laatste jaren dan is het druggebruik dus gedaald, kijk je veel verder terug dan is het weer gestegen. Het ligt er maar aan met welk jaar je vergelijkt.

Vergelijkingsgroep

De groep waarmee vergeleken of juist niet mee vergeleken wordt is ook van belang. Bijvoorbeeld als het aantal vrouwen dat in behandeling komt voor 50% is gestegen, is het ook belangrijk om te kijken of dit bij mannen ook geldt. Soms is de stijging gelijk, maar wordt er in de media gesuggereerd dat het slechts voor één groep geldt.

De conclusie is dat je bij cijfers in de krant altijd heel kritisch moet kijken.

Bron

  1. NDM 2019, Trimbos Instituut (2020)

 

Versie: mei 2020

Hoeveel mensen overlijden er door alcohol, tabak en andere drugs?

In 2013 overleden in totaal 21.513 mensen door de gevolgen van het gebruik van alcohol en tabak. Dit zijn drugs die wettelijk toegestaan zijn, de legale drugs. 99 mensen vonden de dood door drugs die wettelijk verboden zijn, de illegale drugs.

97,9% van het aantal doden door alcohol, tabak en drugs is dus toe te schrijven aan de legale middelen alcohol en tabak. 2,1% is toe te schrijven aan de illegale middelen zoals heroïne, cocaïne, xtc, amfetamine en GHB.

We geven de cijfers van het aantal doden in een jaar als gevolg van:

  • gevolgen door gebruik van het middel, bijvoorbeeld door ziekte;
  • direct overlijden (overdosis).
Middel Overleden door gevolgen van gebruik in 2014, 2015 of 2016 Direct overleden
Alcohol 1503 0
Tabak 19.244 0
Cannabis 0 0
Opiaten 0 105
Cocaïne 0 44
GHB 0 14
Xtc/amfetamine 0 28
Totaal 20.747 191

Toelichting cijfers

Alcohol

Er is sprake van primaire en secundaire alcoholsterfte:

  • Primaire alcoholsterfte: dodelijke overdosis en sterfte aan alcoholgerelateerde ziekten.
  • Secundaire alcoholsterfte: bijvoorbeeld dodelijke ongelukken onder invloed van alcohol.

In 2014 stierven 882 (en in 2013 844) mensen door alcohol als primaire doodsoorzaak. De oorzaken waren in percentages:

  • 17% schadelijk gebruik;
  • 22% afhankelijkheid;
  • 46% leverziekten (1).

De meeste mensen die overleden aan alcohol waren tussen de 55 en 69 jaar oud. Driekwart daarvan was man.

Geschat wordt dat 3% van de sterfte aan kanker samenhangt met alcoholgebruik. Alcohol verhoogt het risico op: keelholte-, slokdarm-, mond-, darm-, borst- en leverkanker (2).

Alcoholdoden in het verkeer

De SWOV (Instituut voor Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid) heeft twee schattingen gedaan van het aantal verkeersdoden dat gerelateerd is aan alcohol, al dan niet in combinatie met drugs. De ene schatting geeft aan dat tussen de 60 en 135 verkeersdoden in 2013 het gevolg zouden zijn van alcoholgebruik, de andere schatting geeft 75 tot 140 verkeersdoden door alcohol in 2015 aan. Het totaal aantal verkeersdoden in 2015 bedroeg 621 (1).

Alcohol leidt zelden tot een fatale dodelijk aflopende overdosis. Wel lopen mensen een alcoholvergiftiging op waarbij opname in een ziekenhuis noodzakelijk is. In 2016 waren dat 5600 mensen (1).

Als je de mensen die zijn overleden door alcohol als primaire doodsoorzaak en de verkeersdoden door alcohol bij elkaar optelt zijn er 1503 sterfgevallen door alcohol. In dit aantal zijn echter lang niet alle gevallen van alcoholsterfte meegeteld, omdat niet altijd wordt herkend dat er sprake is van alcoholgebruik, en dit daarom niet als zodanig geregistreerd wordt.

Tabak

Tabak leidt tot een groot aantal ziekten. Een overdosis of vergiftiging komt echter niet voor. In totaal stierven in 2015 19.244 mensen door tabak (1). Dat zijn 53 mensen per dag ofwel iets meer dan 2 mensen per uur. Aantal slachtoffers per ziekte:

  • longkanker 8692;
  • strottenhoofdkanker 170;
  • longemfyseem en chronische bronchitis (COPD) 5371;
  • mondholtekanker 195;
  • slokdarmkanker 939;
  • blaaskanker 330;
  • nierkanker 171;
  • coronaire hartziekten 1319;
  • alvleesklierkanker 421;
  • hartfalen 630;
  • beroerte 722;
  • diabetes 160 (1).

Hasj en wiet (cannabis)

Cannabis is schadelijk voor de longen. Er zijn geen gegevens bekend of het gebruik van cannabis tot dodelijke longziekten heeft geleid. Het zou kunnen, omdat cannabis vaak gebruikt wordt in combinatie met tabak.
Het gebruik van cannabis is vaak aan leeftijd gebonden. Mensen stoppen ermee, waardoor ernstige longziekten niet optreden. Mensen die tientallen jaren doorblowen lopen wel risico.

Heroïne (opiaten)

Bij heroïne gaat het over de groep problematische harddruggebruikers. Zij gebruiken naast heroïne ook vaak crack en alcohol. Zij sterven aan allerlei ziekten als endocarditis, longaandoeningen, levercirrose, geweld en aids. Deze cijfers zijn niet bekend.

In 2016 stierven 74 mensen door een overdosis opiaten (heroïne) en ongeveer 8 personen door een overdosis methadon (vaak ik combinatie met andere middelen) (1). Deze cijfers betreffen alleen sterfgevallen van mensen die officieel geregistreerd staan in het bevolkingsregister. Daarbovenop komen 23 gevallen van drugssterfte van mensen die wel in Nederland verbleven maar niet geregistreerd waren als inwoner (1).

Cocaïne

In 2016 waren er volgens de statistiek met doodsoorzaken van het CBS 38 acute sterfgevallen wegens cocaïne (1).

Waarschijnlijk is dit cijfer een grote onderschatting. Veel cocaïnegebruikers overlijden aan een hartinfarct. Een hartinfarct wordt echter als een natuurlijke doodsoorzaak geregistreerd en niet toegeschreven aan cocaïne. Volgens een artikel in de Guardian van juli 2011 staat 1 op de 4 niet-fatale hartaanvallen onder de 45 in verband met gebruik van cocaïne (3).

Wanneer er ook een strafrechtelijk onderzoek plaatsvindt, dan wordt door het NFI (Nederlands Forensisch Instituut) gekeken of drugs ook een rol heeft gespeeld. In 2016 werd cocaïne in 6 gevallen aangewezen als één van de doodsoorzaken (1).

GHB

Sterfte door GHB is lastig vast te stellen omdat GHB snel door het lichaam wordt afgebroken, er sprake kan zijn van tolerantie in het gebruik van GHB (grootverbruikers hebben een hogere tolerantie) en omdat het lichaam ook van nature GHB aanmaakt.

In 2016 waren er volgens de doodsoorzakenstatistiek van het CBS 9 gevallen van acute sterfte door GHB.

Het NFI meldde in 2016 5 gevallen en in 2015 1 geval van sterfte door GHB, mogelijk in combinatie met andere middelen (1).

Xtc/amfetamine

Ook bij xtc en amfetamine wordt de sterfte veroorzaakt door een overdosis of vergiftiging. Xtc verhoogt de lichaamstemperatuur. Door de combinatie van xtc met hitte, lang dansen en te weinig drinken kan iemand uitdrogen of oververhit raken. Oververhitting kan dodelijk zijn.

In 2016 ging het om 28 gevallen van acute sterfte door ‘psychostimulantia’, hier vallen xtc (MDMA) en amfetamine onder.

Het NFI meldde in de periode 2006-2015 21 gevallen waarbij MDMA een rol heeft gespeeld bij het overlijden en 26 gevallen waarbij MDMA in combinatie met alcohol of andere drugs een rol speelde. Bij 6 gevallen speelde MDMA mogelijk een rol.

Speed werd door het NFI in 2016 1 keer aangetroffen in combinatie met PMA en MDMA (1).

Slaap- en kalmeringsmiddelen en medicijnen

110 mensen zijn in 2016 aan medicijnen overleden. Hiervan ging het in 37 gevallen om benzodiazepinen, 9 voor sedativa en 64 voor barbituraten.

Bronnen

  1. NDM 2017Trimbos-instituut
  2. Alcohol en kanker, KWF (bezoekdatum: 23 augustus 2018)
  3. Cocaine addiction linked to brain abnormalities, The Guardian (2011)

 

Versie: augustus 2018

 

ISO 9001 HKZ

Disclaimer | Privacy- en Cookiebeleid | © 2020 Jellinek - Alle rechten voorbehouden | Realisatie: Lemon

Arkin