Deel jouw ervaring

Verslaving

Hieronder lees je alle vragen over dit thema. Kan je iets niet vinden? Stel dan je vraag aan een van onze medewerkers via Vraag & Antwoord.

Is 2C-B verslavend?

2C-B is lichamelijk niet verslavend. Wel is er sprake van tolerantie. Dit houdt in dat je meer 2C-B nodig hebt de dagen na een trip om dezelfde effect te krijgen. Deze tolerantie duurt maximaal 1-2 weken. De meeste gebruikers wachten enkele maanden of langer voordat ze weer 2C-B nemen.

Een 2C-B ervaring kan een intense ervaring zijn. Het is niet iets wat iemand dan snel wil herhalen. Kans op geestelijke verslaving is dan ook klein.

 

Versie: mei 2020

Wanneer ben je verslaafd?

Criteria van verslaving

Verslaving wordt vastgesteld aan de hand van 11 criteria van de zogenaamde DSM-V* De DSM-V is een wereldwijd gebruikt boek waarin alle psychiatrische aandoeningen beschreven staan. De DSM spreekt niet van alcoholisme of verslaving maar van “stoornissen in het gebruik van middelen” (substance abuse disorders). Een “stoornis in het gebruik van middelen” kan ontstaan door gebruik van verschillende middelen zoals alcohol, cannabis, opiaten of stimulerende middelen.

Voldoe je aan twee of drie criteria dan heb je een milde stoornis in het gebruik van middelen. Voldoe je aan vier of vijf criteria dan is er sprake van gematigde (moderate) stoornis en bij zes of meer symptomen is er sprake van een ernstige stoornis.

De 11 criteria zijn:

  1. Vaker en in grotere hoeveelheden gebruiken dan je van plan was.
  2. Mislukte pogingen om te minderen of te stoppen.
  3. Het verkrijgen of gebruiken van het middel en het herstellen van gebruik kosten veel tijd.
  4. Sterk verlangen om te gebruiken.
  5. Door gebruik tekortschieten op het werk, school of thuis.
  6. Blijven gebruiken ondanks dat het problemen meebrengt in het sociale of relationele vlak.
  7. Door gebruik opgeven of sterk verminderen van hobby’s, sociale activiteiten of werk.
  8. Voortdurend gebruik, zelfs wanneer je daardoor in gevaar komt.
  9. Voortdurend gebruik ondanks weet hebben dat het gebruik lichamelijke of psychische problemen met zich mee brengt of verergert.
  10. Grotere hoeveelheden nodig hebben om het effect nog te voelen oftewel tolerantie.
  11. Het optreden van onthoudingsverschijnselen, die minder hevig worden door meer van de stof te gebruiken.

Misbruik

De vorige versie van de DSM V, de DSM IV, maakte nog een verschil tussen afhankelijkheid en misbruik. Je misbruikt alcohol of drugs wanneer je in een jaar tijd last hebt van tenminste één van de onderstaande symptomen:

  • Gebruik gaat ten koste van je werk, school of thuis.
  • Voortdurend gebruik ondanks terugkerende problemen op sociaal gebied (ruzies).
  • Herhaaldelijk gebruik in gevaarlijke situaties zoals in het verkeer.
  • Door gebruik kom je herhaaldelijk in contact met politie of justitie.

WHO

Er is ook een definitie van Wereld GezondheidsOrganisatie (WHO). Deze definitie komt grotendeels overeen met de definitie van de DSM IV. Volgens de WHO is sprake van afhankelijkheid als zich het afgelopen jaar drie van onderstaande symptomen hebben voorgedaan.

  • Een sterk verlangen om te gebruiken (het verlangen varieert van licht tot zeer heftig).
  • Meer gebruiken dat je wilt ofwel moeite hebben om het gebruik te controleren, dat wil zeggen het moeilijk vinden om gebruik uit te stellen, matig te gebruiken of om op tijd te stoppen.
  • Minder aandacht besteden aan hobby’s, sociale contacten en werk.
  • Doorgaan met gebruik ondanks de wetenschap dat gebruik schade oplevert (zoals gezondheidsproblemen, ruzies met omgeving, problemen op het werk).
  • Veel tijd besteden aan gebruik en het herstellen ervan.
  • Tolerantie.
  • Last hebben van onthoudingsverschijnselen.

Verslaving is echter niet het enige risico van alcohol- of druggebruik. Andere grote risico’s zijn de gezondheidsschade door gebruik van een bepaald middel, en maatschappelijke problematiek, zoals financiële of sociale problemen.

Op de site kun je een groot aantal testen doen om te testen of je riskant gebruikt.

* Diagnostical Statistical Manual, versie 5

 

Versie: mei 2020

Hoe raak je verslaafd?

Verslaafd raak je niet van de ene op de andere dag. Het is iets wat zich in de loop van de tijd ontwikkelt. Bij het ontwikkelen van een verslaving zie je in de loop van de tijd de volgende verschijnselen optreden:

  • Het gebruiken om de effecten van alcohol of drugs te voelen.
  • Het ontstaan van een sterk verlangen naar de drug.
  • Het ontwikkelen van tolerantie.
  • Het krijgen van ontwenningsverschijnselen bij minderen of stoppen.
  • Het ontstaan van allerlei problemen en het gaan gebruiken om deze problemen niet te voelen.

Het steeds weer voelen van het effect

Verslaving begint er meestal mee dat je de effecten van een bepaalde drug op prijs stelt. Het ontspant je, geeft je energie of helpt je ineens over je verlegenheid heen. Je vindt het effect plezierig en wat plezierig is wil je herhalen, dus doe je het nog een keer en nog een keer.

Verlangen

Soms hebben alcohol of andere drugs een wel heel sterk effect op je. Dat kan bijvoorbeeld als je je altijd wat vlak, geremd of somber voelt. Door het gebruik ervaar je dat je ineens opgewekt, vrolijk en blij wordt. Dat kan riskant worden wanneer je alcohol en drugs gaat gebruiken om van je vlakke stemming af te komen. Je probeert dan niet langer meer om op eigen kracht vrolijk te worden. Als je het vlakke of nuchtere gevoel als heel onprettig beleeft en je hebt de werking van alcohol of drugs leren kennen, dan kan er een heel sterk verlangen naar alcohol of drugs ontstaan. Dat kan bijvoorbeeld ook als je met vrienden uit wilt en in een opgewekte stemming wilt komen. Ook dan kun je echt naar alcohol of drugs verlangen. Heb je dat gevoel vaak dan ben je geestelijk afhankelijk geworden.

Tolerantieontwikkeling

Hierbij komt nog dat je lichaam zich geleidelijk aanpast aan de inname van alcohol en drugs. Je ontwikkelt tolerantie. Dat betekent dat je steeds meer alcohol of drugs nodig hebt om het effect te nog voelen. Als je regelmatig aan je verlangen om te gebruiken toegeeft, zul je merken, dat op een gegeven moment, de gebruikelijke dosis niet meer werkt. Je moet meer en meer gaan nemen. Anders heeft het geen effect. Hierdoor verander je zo langzamerhand van matige in een overmatige gebruiker en nemen de risico’s van gebruik steeds meer toe.

Ontwenningsverschijnselen

Door het regelmatig gebruik heeft je lichaam aangepast.

Je lichaam is door het gebruik veranderd. De stofwisseling, maar ook je zenuwcellen in de hersenen hebben zich aangepast en ingesteld op een dagelijkse dosis. Als die dagelijkse dosis ineens minder wordt of uitblijft komen er allerlei lichamelijke reacties op gang die erg onaangenaam zijn. Je voelt je ziek.

Je hebt last van ontwenningsverschijnselen. Gebruik je, dan verdwijnen de ontwenningsverschijnselen voor even om later weer sterker terug te komen. De verschijnselen kunnen zo onaangenaam zijn dat je niet meer gebruikt omdat het zo lekker is, maar alleen om geen last te hebben van ontwenningsverschijnselen. De ontwenningsverschijnselen zorgen ervoor dat je een gebruiker blijft en steeds verder in de verslaving wegzakt.

Neerwaartse spiraal

Door het voortdurende gebruik kom je in een spiraal naar beneden terecht. Door het gebruik ontstaan allerlei nieuwe problemen, zoals bijvoorbeeld ruzies met vrienden, problemen met politie en gezondheidsklachten. Om die problemen niet te hoeven voelen ga je opnieuw gebruiken. Uiteraard nemen de problemen daardoor alleen maar toe, waardoor je weer gaat gebruiken en zo kom je in een vicieuze cirkel. Het wordt steeds moeilijker om uit de verslaving te ontsnappen.

Verslaving als hersenziekte

De hersenen spelen een belangrijke rol bij het ontstaan van verslaving. Bij het ontstaan van verslaving zijn verschillende delen van de hersenen betrokken:

  • Het beloningscentrum.
  • Het geheugen.
  • De nieuwe hersenen.

Het beloningscentrum in de hersenen zorgt ervoor dat bepaalde gedragingen met een prettig gevoel beloond worden zoals eten en seksuele activiteit. Ook drugs kunnen het beloningscentrum op een krachtige manier prikkelen. Dat kan bij sommige mensen zorgen voor een sterk effect. Het gebruik en alles er omheen vormt een krachtige herinnering. Hierdoor ligt herhaald gebruik op de loer. De nieuwe hersenen bemiddelen tussen verlangens (gebruik van drugs) en ratio anderzijds. Soms functioneert dit minder goed. Door vaak te gebruiken gaan het beloningscentrum en de nieuwe hersenen nog slechter functioneren. De gebruiker heeft krachtige prikkels nodig en gaat daardoor meer en vaker gebruiken.

Bekijk ook de animatie drugs in de hersenen.

 

Versie: september 2019

Hoe kan ik nagaan of ik verslaafd ben?

Dat kan op de volgende manieren:

  • Je kunt kijken of je voldoet aan de criteria voor verslaving.
  • Je kunt op deze site een test doen.
  • Je kunt nagaan hoe je het afgelopen jaar gebruikt hebt. Welk patroon en welke ontwikkeling zit daar in.
  • Je kunt een aantal kritische vragen aan jezelf stellen.

Criteria van verslaving

Verslaving wordt vastgesteld aan de hand van 11 criteria van de zogenaamde DSM-V*. De DSM-V is een wereldwijd gebruikt boek waarin alle psychiatrische aandoeningen beschreven staan. De DSM spreekt niet van alcoholisme of verslaving maar van “stoornissen in het gebruik van middelen” (substance abuse disorders). Een ”stoornis in het gebruik van middelen” kan ontstaan door gebruik van verschillende middelen zoals alcohol, cannabis, opiaten en stimulerende middelen.

Milde, gematigde of ernstige stoornis

Voldoe je aan twee of drie criteria dan heb je een milde stoornis in het gebruik van middelen. Voldoe je aan vier of vijf criteria dan is er sprake van gematigde (moderate) stoornis en bij zes of meer symptomen is er sprake van een ernstige stoornis.

De 11 criteria aan de hand waarvan de ernst van “stoornis in middelengebruik” vastgesteld kan worden zijn:

  • Vaker en in grotere hoeveelheden gebruiken dan het plan was.
  • Mislukte pogingen om te minderen of te stoppen.
  • Gebruik en herstel van gebruik kosten veel tijd.
  • Sterk verlangen om te gebruiken.
  • Door gebruik tekortschieten op het werk, school of thuis.
  • Blijven gebruiken ondanks dat het problemen meebrengt in het relationele vlak.
  • Door gebruik opgeven van hobby’s, sociale activiteiten of werk.
  • Voortdurend gebruik, zelfs wanneer je daardoor in gevaar komt.
  • Voortdurend gebruik ondanks dat je weet dat het gebruik lichamelijke of psychische problemen met zich mee brengt of verergert.
  • Grotere hoeveelheden nodig hebben om het effect nog te voelen oftewel tolerantie.
  • Het optreden van onthoudingsverschijnselen,die  die minder hevig door meer van de stof te gebruiken.

Testen

Op deze site staan testen waarmee je kunt nagaan of je riskant gebruikt of mogelijk verslaafd bent. De test geeft een indicatie.

Kijk of in je gebruik in een stijgende lijn zit

Je kunt nagaan hoe je het afgelopen jaar gebruikt hebt. Neemt dit toe of af? Gebruik je meer of minder dan 1 jaar geleden?

Kritische vragen

Je kunt aan jezelf de volgende kritische vragen stellen:

  • Ben ik geleidelijk meer gaan gebruiken?
  • Gaat mijn gebruik ten koste van andere dingen?
  • Ben ik vaak met gebruik bezig?
  • Gebruik ik omdat ik anders niet meer vrolijk word?
  • Gebruik ik om de nadelige gevolgen van vorig gebruik op te vangen?
  • Weten mijn vrienden hoe vaak en hoeveel ik gebruik?
  • Maakt mijn omgeving wel eens opmerkingen over mijn gebruik?

* Diagnostical Statistical Manual versie V

 

Versie: september 2019

 

Hoe kan ik zelf minderen of stoppen met alcohol of andere drugs?

Minderen of stoppen kan in acht stappen. We hebben voor verschillende middelen online zelfhulpprogramma’s die jou kunnen helpen met stoppen.

  • Inventariseer de nadelen van gebruik en de voordelen van minderen of stoppen;
  • Neem de beslissing om te minderen of te stoppen;
  • Bepaal een doel en houd bij hoeveel je drinkt of gebruikt;
  • Bereid je voor op het krijgen van onthoudingsverschijnselen;
  • Maak een aantal afspraken met jezelf;
  • Bereid je voor op trek;
  • Bereid je voor op riskante situaties;
  • Houd moed en geef niet op.

Inventariseer de nadelen van gebruik en de voordelen van minderen of stoppen

Wat zijn voor jou de nadelen van gebruik? En wat zijn de voordelen wanneer je mindert of stopt met het gebruik? Nadelen kunnen bijvoorbeeld zijn: ik geef te veel geld uit, ik heb last van een kater en ik voel me slecht over mezelf.

De voordelen van minderen of stoppen kunnen bijvoorbeeld zijn: ik heb meer energie, ik kan geld sparen en ik zit beter in mijn vel.

Neem een beslissing om te minderen of te stoppen

Spreek een datum af met jezelf wanneer je begint met stoppen en hoelang je dat gaat volhouden.

Bepaal een doel en houd bij hoeveel je drinkt of gebruikt

Bepaal of je wilt minderen of stoppen. Als je wilt minderen spreek dan af hoeveel glazen/joints/lijntjes je per dag/week mag drinken/roken/gebruiken van jezelf. Houd vervolgens bij of je dit doel haalt. Dat kan met behulp van het zogenaamde weekoverzicht.

Bereid je voor op het krijgen van onthoudingsverschijnselen

Bij minderen of stoppen kun je last krijgen van onthoudingsverschijnselen. Deze kunnen 3 tot 7 dagen duren. Na 24 uur zijn ze op hun hoogtepunt. Er zijn lichte onthoudingsverschijnselen en ernstige. Lichte zijn bijvoorbeeld slecht slapen, transpireren en gespannen zijn. Ernstige zijn toevallen of delirium. Ernstige onthoudingsverschijnselen kunnen optreden als je langdurig veel gedronken hebt. Als je wilt stoppen of minderen met drinken, kun je het beste een arts raadplegen. Deze kan eventueel voor een korte periode (bijvoorbeeld voor drie dagen) medicatie voorschrijven waardoor je geen last meer hebt van de onthoudingsverschijnselen.

Vermijd koffie en thee, daar word je extra onrustig van. Drink water of fris en eet kleine hoeveelheden voedsel.

Maak een aantal afspraken met jezelf en schrijf deze op

Je kunt bijvoorbeeld afspreken dat je even niet met dezelfde mensen uitgaat of dat je bepaalde gelegenheden voorlopig mijdt. Bedenk een programma voor het weekend.

Ook kun je met jezelf afspreken elke dag even naar de nadelen van gebruik te kijken. Je kunt ook afspreken dat je een goede vriend inlicht en hem belt wanneer je het moeilijk hebt.

Bereid je voor op trek

Bedenk wat je kunt doen als je trek krijgt. Bedenk vooraf zo veel mogelijk alternatieven. Dit kunnen kleine dingen zijn zoals een douche nemen, hardlopen et cetera. Misschien kun je iemand bellen.

Bereid je voor op riskante situaties

Wat zijn riskante situaties? Bedenk wat voor jou riskante situaties/gevoelens/gedachten zijn waardoor het gevaar van gebruik groter wordt (bijvoorbeeld de gedachte ‘nog 1 keertje’, of niet alleen willen zijn of met veel geld in je zak in de stad zijn, et cetera.). Als je deze situaties op een rijtje hebt, schrijf dan op wat je gaat doen wanneer je in zo’n situatie terecht komt.

Geef de moed niet op

Als je na stoppen toch weer een keer gaat drinken of gebruiken, geef dan de moed niet op. Ga na in welke situatie je weer ging drinken en bedenk hoe je een volgende keer anders kunt reageren.

Lukt het niet…

Mocht je merken dat het op deze manier niet lukt of heb je nog vragen over deze aanpak, dan kun je een online zelfhulpprogramma volgen of naar een verslavingszorginstelling in jouw regio gaan. Klik hier om je bij Jellinek aan te melden.

 

Versie: september 2019

Waarom is verslaving een hersenziekte?

Bij het ontstaan van verslaving zijn verschillende delen van de hersenen betrokken:

  • Het beloningscentrum. Dit centrum in de hersenen zorgt ervoor dat je je lekker voelt.
  • Het geheugen. Het geheugen zorgt ervoor dat je positieve ervaringen herinnert.
  • De nieuwe hersenen. Een deel van de nieuwe hersenen zorgt ervoor dat niet meteen toegegeven wordt aan allerlei verlangens.

Bij mensen die een vergroot risico op verslaving lopen en bij verslaafden functioneren deze delen van de hersenen anders of minder goed. Sommige medicatie kan op deze delen van de hersenen ingrijpen.

Het beloningscentrum

Het beloningscentrum in de hersenen zorgt ervoor dat bepaalde gedragingen met een prettig gevoel beloond worden. Dit zijn vooral gedragingen die voor het voortbestaan van de soort van belang zijn zoals eten en seksuele activiteit. Het beloningscentrum zit in de middenhersenen. De middenhersenen zijn ook betrokken bij instincten, verlangens, dorst, hongergevoel en emoties als woede en angst.

Alcohol en drugs zijn in staat om het beloningscentrum op een zeer krachtige manier te prikkelen. Om die reden ga je je na gebruik van drugs lekker voelen.

Dopamine
Het beloningscentrum wordt geprikkeld door een bepaald stofje in de hersenen. Dit stofje heet dopamine. De meeste drugs zorgen ervoor dat dopamine op een directe of op een indirecte manier afgegeven wordt. De afgegeven dopamine wordt opgevangen door zogenaamde dopamine receptoren.

Genen
Nu kan een bepaald gen ervoor zorgen dat er minder dopaminereceptoren zijn. Het beloningscentrum functioneert dan minder goed waardoor iemand minder goed in staat is te genieten. Bij een minder goed functionerend beloningscentrum zal het gebruik van drugs bij de betrokken persoon een zeer krachtige en positieve ervaring opleveren. Hierdoor zijn zij vatbaarder voor verslaving. Deze genetische structuur is erfelijk bepaald.

Afname receptoren door frequent gebruik
Maar er is nog iets. Door frequent gebruik van drugs neemt het aantal dopaminereceptoren af. Hierdoor zal meer gebruikt moeten worden om het oorspronkelijke effect nog te kunnen voelen. Zo kan langdurig gebruik blijvende veranderingen in het brein veroorzaken.

Er zijn dus twee redenen waarom verslaafden minder dopaminereceptoren hebben:

  • Genetisch bepaald;
  • het voortdurende gebruik.

Cortex (licht paars); beloningscentrum (nucleus accumbens; links onder groen); middenhersenen (boven de kleine hersenen)

Het geheugen

Het positieve gevoel na gebruik (en de omstandigheden waaronder dit gebruik plaatsvindt) wordt door de middenhersenen in het geheugen opgeslagen. Het vormen zeer krachtige herinneringen die later een sterke trek of verlangen kunnen oproepen. Hierdoor ligt terugval in gebruik op de loer. De krachtige manier waarop de herinnering aan druggebruik door de middenhersenen wordt opgeslagen, betekenen in zekere zin een verandering van de hersenen.

De nieuwe hersenen

De nieuwe hersenen of wel de neocortex vormen het rationele deel van de hersenen. Een deel van de cortex heeft tot taak de conflicten tussen verlangens (verlangen naar het effect en de roes van drugs) enerzijds en rationele overwegingen (ik moet morgen werken) anderzijds in goede banen te leiden. De middenhersenen zullen willen toegeven aan dit verlangen. De nieuwe hersenen zullen dit willen voorkomen. Bij mensen die afhankelijk zijn functioneert de neocortex minder goed. Door het voortdurende gebruik kan dit steeds minder goed functioneren.

Conclusie

Door een minder goed functionerend beloningssysteem (voor een deel genetisch bepaald) en een minder goede cortex zijn mensen vatbaarder voor verslaving. Bovendien veranderen door het gebruik de hersenen: er komen minder dopaminereceptoren en er ontstaan krachtige herinneringen. Door deze veranderingen in de hersenen raakt iemand nog vatbaarder.

Bekijk ook de animatie drugs in de hersenen.

 

Versie: september 2019

Is iemand die alleen in het weekend gebruikt ook verslaafd?

Iemand die alleen in het weekend gebruikt is waarschijnlijk niet verslaafd. Wel loopt de persoon mogelijk lichamelijke risico’s. Ook loopt de persoon het risico dat hij geleidelijk aan steeds vaker en meer gaat gebruiken. Bij alleen in het weekend gebruiken ligt ook het gevaar op de loer, van niet meer kunnen uitgaan zónder te gebruiken. Dat is een lichte vorm van geestelijke afhankelijkheid.

Veel mensen weten van zichzelf dat ze geen rem hebben als ze beginnen met drinken. Hierdoor drinken ze niet dagelijks, maar als ze dan wel drinken, drinken ze altijd te veel. Dit is ook de reden waarom helemaal stoppen met drinken soms makkelijker is dan minderen met drinken. Zodra je alcohol drinkt vallen de remmen weg en loop je het risico meer te drinken. Helemaal niks drinken is dan makkelijker.

Verslaving wordt vastgesteld aan de hand van een aantal criteria.

Kwartaaldrinkers

Soms ontwikkelen mensen een strategie om het gebruik in de hand te houden. Je hebt bijvoorbeeld kwartaaldrinkers. Deze mensen staan zich zelf toe elk jaar een paar keer per jaar door het lint te gaan. Zij drinken maanden niet en dan nemen ze een week vrij waarbij ze zeer veel drinken. Op die manier houden ze het ‘niet drinken’ vol. Deze mensen kun je wel verslaafd noemen. In feite kunnen deze mensen niet met alcohol omgaan. Zij hebben een strategie ontwikkeld om een aantal maanden niet te drinken en houden dat vol omdat ze weten dat ze zich over drie maanden weer klem mogen drinken. Als je deze mensen zou zien in de periode dat ze niet drinken zou je niet denken dat ze verslaafd zijn. Toch zijn ze verslaafd. Ze voldoen ook aan de meeste van bovenstaande criteria. Deze vorm van alcoholisme wordt ook wel epsilon-alcoholisme genoemd.

Binge drinken

Bij weekend gebruik moet je niet alleen letten op verslaving. Alcohol en drugs hebben ook allerlei lichamelijke risico’s. Zo is in korte tijd veel drinken, ook wel binge drinken genoemd, riskant.

Hoe ga je hier mee om?

Eigenlijk gelden hiervoor de zelfde tips als voor het dagelijkse drinken. Maak duidelijke afspraken voor jezelf voorafgaand aan een avond waarop je misschien gaat drinken. Bijvoorbeeld: ik drink vanavond niet meer dan X glazen. Probeer jezelf hieraan te houden. Beloon jezelf de volgende dag als het gelukt is door bijvoorbeeld iets leuks te gaan doen of iets moois te kopen. Je kunt jezelf ‘straffen’ door bijvoorbeeld een vervelend klusje te gaan doen als het niet is gelukt, bijvoorbeeld een huishoudelijke klus. Bespreek dit ook met iemand die je vertrouwt, een vriend of vriendin. Die kan je eventueel helpen door bijvoorbeeld geen drank aan te bieden of samen met jouw frisdrank te bestellen tussendoor.

En laat de moed niet zakken als het een keer niet is gelukt. Zie het als een leermoment en probeer te achterhalen waarom het niet is gelukt. Neem dit mee en bereid je voor op de volgende keer. Mocht het toch telkens weer niet lukken, dan kun je overwegen om helemaal te stoppen met drinken. Dit is dan wellicht makkelijker voor je. Ook zou je even kunnen bellen met Jellinek voor een persoonlijk advies. Je kunt bellen met het Jellinek Expert Team van ma t/m vrij tussen 09.00-11.00 en 15.00-17.00.

 

Versie: oktober 2019

 

Welke opvattingen zijn er over verslaving?

Over verslaving kun je op verschillende manieren denken. De manier waarop over verslaving gedacht wordt bepaalt ook de aanpak. Er zijn de volgende opvattingen of modellen:

  • Het morele model
  • Het farmacologische model
  • Het psychiatrische model
  • Het sociale model
  • Het medische model
  • Het biospsychosociale model
  • Het gedragtherapeutische model
  • Het hersenziekte model
  • Het aanvaardigsmodel.

Het morele model

Het morele model gaat ervan uit dat verslaving ontstaat door een zwakke wil of morele zwakte. Verslaafden zijn zondig of schuldig.

De aanpak van verslaving moet in dit model vooral van politie en justitie komen.

Het farmacologische model

Het farmacologische model gaat geheel uit van de stof. Het is de drug die mensen verslaafd maakt. De drug zorgt ervoor dat zich tolerantie ontwikkelt en mensen last krijgen van onthoudingsverschijnselen.

De aanpak moet gericht zijn op het voorkomen dat mensen in aanraking komen met de stof. Drooglegging, het verbod op drugs en de ‘war on drugs’ zijn gebaseerd op dit model.

Het psychiatrische model

Het psychiatrische model ziet verslaving als een symptoom van een onderliggende stoornis.

De aanpak moet gericht zijn op het wegnemen van de stoornis.

Het sociale model

Het sociale model ziet verslaving als een symptoom van een relatie stoornis tussen mensen of als een reactie op stress of maatschappelijke omstandigheden.

De aanpak moet gericht zijn op het betrekken van de familie bij de behandeling of op het veranderen van de maatschappij.

Het medische model

Het medische model ziet verslaving als een lichamelijke aandoening. Verslaving is het gevolg van een lichamelijke overgevoeligheid.

De aanpak moet gericht zijn op het volledig stoppen met gebruik (abstinentie). Voor mensen met een verslaving is gebruik niet meer mogelijk. De AA en het 12 stappen Minnesotamodel zijn gebaseerd op dit model.

Het gedragstherapeutische model

Het gedragstherapeutische model ziet verslaving als aangeleerd gedrag. De positieve effecten van alcohol of drugs vergroot de kans dat opnieuw gebruikt wordt waardoor een verslaving ontstaat. Het verlangen naar het effect is belangrijker bij het ontstaan van verslaving dan de vroege ervaringen uit de jeugd.

De aanpak moet gericht zijn op het afleren van het verslavingsgedrag. De kortdurende therapie (4-12 gesprekken) in de verslavingszorg is gebaseerd op dit model. Ook de online zelfhulpprogramma’s en de online behandeling zijn op dit model gestoeld.

Het biopsychosociale model

Het biopsychosociale model gaat ervan uit dat verslaving ontstaat door het gelijktijdig werkzaam zijn van verschillende factoren, namelijk:

  • een biologische vatbaarheid
  • stoornissen in de persoonlijke ontwikkeling
  • maatschappelijke factoren.

Iemand kan bepaalde genen hebben waardoor verslaving makkelijker ontstaat. Een stoornis in iemands persoonlijke ontwikkeling kan een verslaving bevorderen. Negatieve invloeden van uit de omgeving zoals gebrek aan warmte, seksueel misbruik kunnen een rol spelen bij het ontstaan van verslaving.

De aanpak moet gericht zijn op meerdere interventies: medicatie, psychotherapie en verbetering van sociale omstandigheden.

Het hersenziekte model

Het hersenziekte model ziet verslaving als een hersenziekte.

De hersenen van mensen met een verslaving functioneren anders. Het centrum dat zorgt voor prettige gevoelens (beloningscentrum) functioneert minder goed. Drugs prikkelen dit centrum op een zeer heftige manier en zorgen voor een zeer sterke ervaring die men niet meer vergeet. Ook kan het vermogen om met sterke verlangens om te gaan, bij de een minder goed functioneren als bij de ander.

De aanpak moet gericht zijn op de ontwikkeling van medicatie die de werking van de hersenen kan beïnvloeden.

Het aanvaardingsmodel.

Het aanvaardingsmodel ziet verslaving als een aandoening die men moet accepteren.

De aanpak moet gericht zijn op het beperken van de risico’s van het gebruik. Het heeft geen zin om te proberen iemand van zijn verslaving af te helpen. Het verstrekken van heroïne en projecten als spuitomruil werken vanuit deze visie.

Op dit moment wordt vooral uitgegaan van het biopsychosociale model en het hersenziekte model.

 

Versie: mei 2019

 

Wat zijn onthoudingsverschijnselen?

Onthouding- of ontwenningsverschijnselen zijn de lichamelijke reacties op het minderen of stoppen met gebruik. Het lichaam heeft zich door het vele gebruik aangepast. Het zenuwstelsel is veranderd: het aantal receptoren is door het vele gebruik afgenomen of er zijn in de lever extra enzymen ontwikkeld om de alcohol of drugs af te breken.

Hieronder een tabel met per drug de onthoudingsverschijnselen

Alcohol    Transpiratie, slecht slapen, maagklachten, misselijkheid; onrust ; angst; gespannenheid. Bij zwaar drinken: trillen; epileptische aanval, delirium.
Tabak Onrust; slaapstoornissen; niet kunnen concentreren; maagdarmstoornissen.
Cannabis Transpireren; problemen met inslapen; nachtmerries, rillen; hoofdpijn; prikkelbaarheid; onrust; angst.
Cocaïne Somberheid; nergens meer plezier in ervaren; eetstoornissen (eetlust neemt sterk toe of verdwijnt); slaapstoornissen (niet slapen of juist heel veel slapen). Bij langdurig gebruik kunnen de depressieve gevoelens lang aanhouden.
Xtc Verslaving aan xtc komt vrijwel niet voor. Eventueel kunnen verschijnselen zich voor doen zoals bij amfetamine.
Amfetamine Somberheid, angst, maagdarmstoornissen; tremors.
Heroïne Angst; onrust; klamme koude huid; grote ogen met wijde pupillen;loopneus; geeuwen; buikkrampen; diarree; je dan weer koud dan weer warm voelen; braken; spierpijn, krampen in rug en benen; kippenvel; toename darmbewegingen; stijging van pols, bloeddruk en lichaamstemperatuur; soms de hik.

Wanneer het lichaam de drug ineens niet meer krijgt moet het lichaam zich opnieuw aanpassen. Dat gaat gepaard met soms heftige onthoudingsverschijnselen.

Onthoudingsverschijnselen kunnen al snel optreden. Als je een half jaar elke dag 8 glazen drinkt ervaar je al onthoudingsverschijnselen. Bij heroïne is dat al na enkele weken. Onthoudingsverschijnselen zijn vaak een reden om weer te gaan gebruiken. Bij alcohol worden de onthoudingsverschijnselen opgevangen door het voorschrijven van librium, bij heroïne met methadon, bij cocaïne worden wel antidepressiva voorgeschreven.

 

Versie: augustus 2016

Welke drugs hebben de grootste verslavingskans?

In 2009 zijn door een groep van experts de verschillende drugs gerangschikt op schadelijkheid (RIVM, Ranking the drugs). Hierbij werd gekeken naar een aantal criteria waaronder verslaving. De experts kwamen voor wat betreft verslaving tot de volgende rangschikking:

  1. Heroïne
  2. Crack
  3. Tabak
  4. Methamfetamine
  5. Cocaïne
  6. Alcohol
  7. Amfetamine
  8. Benzodiazepinen (slaap- en kalmeringsmiddelen)
  9. GHB
  10. Cannabis
  11. Ketamine
  12. Khat
  13. Xtc
  14. Paddo’s
  15. Lsd

Of een drug verslavend is heeft te maken met

  • de eigenschappen van de drug
  • de manier waarop het middel toegediend wordt.
  • de mate van gebruik.

Eigenschappen van de drug

Drugs kunnen verschillende eigenschappen hebben. De sterkte in effect kan verschillen. Verder treden bij de ene drug snel tolerantie en ontwenningsverschijnselen op, terwijl dat bij een andere drug veel minder het geval is.

Toedieningswijze

Ook de toedieningswijze speelt een rol. Roken en spuiten leiden sneller tot verslaving dan eten of slikken.

Mate van gebruik

Veelvuldig gebruik leidt sneller tot verslaving dan matig gebruik.

 

Het onderzoek is in 2009 gedaan. Als het onderzoek nu opnieuw uitgevoerd zou worden, zouden sommige middelen anders scoren. Over GHB hebben we in de afgelopen 10 jaar geleerd dat het een erg verslavend middel is. Dit middel zou mogelijk hoger scoren dan het nu doet.

 

Versie: januari 2019

Waarom blijven mensen verslaafd?

Mensen blijven verslaafd omdat verslaving een stoornis of ziekte is die door het voortdurende gebruik continu gevoed wordt. Verslaving kan de hersenen veranderen. Het beloningscentrum gaat steeds slechter functioneren en het vermogen om impulsen te controleren gaat steeds verder achteruit (zie de vraag: is verslaving een hersenziekte).

Een verslaving kan zich op zo’n manier ontwikkelen dat zij helemaal los komt te staan van de oorspronkelijke reden waarom ooit met drinken of gebruik begonnen werd.

Mensen kunnen door hun gebruik in een spiraal naar beneden komen. Het gebruik brengt allerlei veranderingen en problemen met zich mee. Deze veranderingen en problemen zijn voor de gebruiker reden om opnieuw te gaan gebruiken. Hierdoor worden de problemen alleen maar groter en wordt steeds meer gebruikt.

Aan verslaving liggen een aantal vicieuze cirkels ten grondslag. Van Dijk heeft dit beschreven voor alcohol. Er zijn vier vicieuze cirkels te onderscheiden:

De farmacologische vicieuze cirkel

Het lichaam en de hersenen van de gebruiker passen zich aan de dagelijkse hoeveelheden alcohol aan. Hij ontwikkelt tolerantie en krijgt bij minderen of stoppen ontwenningsverschijnselen. De ontwenningsverschijnselen zijn redenen om weer te gaan gebruiken. Hierdoor verdwijnen de ontwenningsverschijnselen voor even, maar komen al snel in ergere vorm terug.

Er wordt opnieuw gebruikt waardoor…. enz, enz. De behoefte aan alcohol wordt door de farmacologische cirkel alleen maar groter.

De psychische vicieuze cirkel

De gebruiker ervaart de roes van alcohol als positief. Deze roes en de omgeving waarin hij gebruikte vormen een krachtige herinnering. Deze herinnering zorgt ervoor dat de neiging om opnieuw te gaan gebruiken groot is.
Door het gebruik ontstaan schuld- en schaamte gevoelens. Deze gevoelens worden als onaangenaam beleefd. De reactie op onaangename gevoelens is opnieuw gebruiken of drinken. Hierdoor nemen de deze gevoelens alleen maar toe, waardoor er weer opnieuw gebruikt wordt. Enz, enz.

De behoefte aan alcohol wordt door de psychische cirkel alleen maar groter.

De sociale vicieuze cirkel

Het drinken leidt tot allerlei problemen. Ruzies met vrienden/familie en werk. Soms ook problemen met politie en justitie. Uiteindelijk ervaart een verslaafde steeds meer dat hij afgewezen wordt en komt hij steeds meer alleen te staan. Deze problemen vormen op hun beurt weer redenen om te drinken, waardoor de problemen alleen maar groter worden.

‘Drink je omdat je het moeilijk hebt of heb je het moeilijk omdat je drinkt’ was een leus waarmee de Jellinek een aantal jaren terug campagne voerde. De leus verwoorde de sociale vicieuze cirkel waarin verslaafden terecht kunnen komen.

De cerebrale cirkel

Door het vele drinken kunnen ook de hersenen aangetast worden. Het beloningscentrum wat bij verslaafden al vaak minder goed functioneert gaat door het voortdurende gebruik nog slechter functioneren. Hierdoor voelen ze zich vaak slecht. Ook het functioneren van de cortex traktaat door het vele gebruik verder achterop. Hierdoor wordt het voor de verslaafde steeds moeilijker om weerstand te beiden aan de impuls om te drinken. Hierdoor raken de hersenen weer verder aangetast, waardoor de kans dat de gebruiker zal stoppen alleen maar kleiner wordt.

 

Versie: juni 2019

 

Waarom wordt de een wel verslaafd en de ander niet?

Of je van een drug afhankelijk raakt hangt af van vier factoren. Op de meeste factoren kunnen mensen verschillen waardoor de één een grotere kans heeft om verslaafd te raken dan een ander. De factoren zijn:

  • De eigenschappen van de drug;
  • Je lichamelijke constitutie;
  • Je persoonlijke eigenschappen;
  • Je sociale en maatschappelijke situatie.

Zinberg (1984) noemde deze factoren drug, set en setting. Set is dan nog onder te verdelen in lichamelijke constitutie en persoonlijke eigenschappen.

Eigenschappen van het middel

Sommige drugs zijn meer verslavend dan andere. Sommige drugs hebben een sterker effect dan andere. Er zijn drugs waarbij je snel tolerantie en ontwenningsverschijnselen ontwikkelt en er zijn drugs waarbij dat veel langzamer gaat. Heroïne, basecoke (crack) en tabak zijn de meest verslavende drugs.

Ook de toedieningswijze heeft te maken met kans op verslaving. Roken en spuiten zijn manieren die eerder tot verslaving leiden dan eten of slikken. Tenslotte speelt de mate van gebruik een belangrijke rol.

Lichamelijke constitutie

Steeds meer wordt duidelijk dat het ontstaan van verslaving te maken heeft met het functioneren van onze hersenen. Het gaat hierbij om:

  • het functioneren van het beloningscentrum
  • het functioneren van de controle mechanismen over impulsen.

Het beloningscentrum kan bij de een minder goed functioneren dan bij de ander. Bepaalde genen kunnen ervoor zorgen dat iemand een gering aantal dopaminereceptoren heeft. Het gebruiken van drugs zal al snel een grote invloed hebben waardoor de kans op herhaling van gebruik groot is.

Het vermogen om met krachtige impulsen om te gaan dat gelegen is in de frontaalkwab, kan minder goed functioneren. Ook hierin kunnen mensen verschillen. De manier waarop je hersenen functioneren is erfelijk. Als een van je ouders alcoholist is, is de kans dat jij ook alcoholist wordt 34% groter (1).

Persoonlijke eigenschappen

Iemands persoonlijke eigenschappen of het al of niet hebben van persoonlijke problemen kunnen ook van invloed zijn op het verslaafd raken.

Bijvoorbeeld het op een sterke manier ervaren van negatieve gevoelens, zonder deze te kunnen hanteren, kan een rol spelen bij het ontstaan van verslaving. Als zo iemand ontdekt dat gebruik van alcohol of drugs een tijdelijke verlichting kunnen geven, zal hij steeds vaker gaan gebruiken. Alcohol en drugs zijn voor hem dan ook extra riskant.

Verder zullen alcohol en drugs, bij iemand die weinig hobby’s of interesses heeft, een grotere kans maken om een plaats te veroveren, dan bij iemand die voortdurend veel te doen heeft. Problemen zijn ook riskant zeker als gebruikt wordt om in stemming te komen waarbij je deze problemen minder voelt.

De sociale en maatschappelijke situatie

De sociale situatie van iemand kan ook een belangrijke rol spelen bij het al dan niet verslaafd raken. Het al of niet hebben van mensen die om je geven, het opgroeien in een stressvolle omgeving, het al of niet aanwezig zijn van sportclubs, kansen op onderwijs en werk kunnen een rol spelen bij het ontstaan van verslaving.

Al deze factoren dragen bij aan het ontstaan van verslaving. Scoor je goed op een factor (bijvoorbeeld persoonlijke eigenschappen), dan kun je wat meer risico lopen bij een andere factor.Een riskante drug als cocaïne zal dan pas vat op je krijgen wanneer ook de sociale en maatschappelijke situatie heel slecht is.

 

Versie: juni 2019

Wat is tolerantie?

Het menselijk lichaam ziet iedere drug als een gif en probeert er zo snel mogelijk vanaf te komen. Als een drug voortdurend wordt ingenomen wordt het lichaam gedwongen zich aan de drug aan te passen. Er moeten dan grotere hoeveelheden van de drug genomen worden om de effecten nog te voelen. Dat noemen we tolerantie.

Het eerste glas alcohol voel je meteen maar na een aantal jaren heb je al 4 of 5 glazen nodig om het effect nog te voelen. Bij amfetamine moeten dagelijkse gebruikers na 100 dagen al 20 keer zoveel nemen om de effecten nog te voelen. Er zijn verschillende soorten tolerantie:

Metabole(=stofwisseling) tolerantie

Het lichaam reageert op de drug door de drug sneller af te breken. Dezelfde hoeveelheid levert bij het eerste gebruik een hogere bloedspiegel op dan bij later gebruik. Daardoor worden de effecten minder gevoeld.

Weefsel tolerantie

Bij weefsel tolerantie worden zenuwcellen minder gevoelig voor de drug. Ook hierdoor worden de effecten minder gevoeld.

Acute tolerantie

Bij acute tolerantie past het lichaam zich vrijwel onmiddellijk aan de drug aan. Hiervan is bijvoorbeeld sprake bij tabak waarbij zich al na de eerste trek tolerantie ontwikkelt.

Selectieve tolerantie

Selectieve tolerantie wil zeggen dat het tempo waarin tolerantie zich ontwikkelt voor verschillende effecten kan verschillen. Codeïne verdooft pijn en veroorzaakt misselijkheid. Na een week werkt het nog steeds pijnstillend, maar treedt de misselijkheid niet meer op. Ook voor xtc zie je een verschillende tolerantie ontwikkeling voor de effecten van het middel. Bij herhaald gebruik treedt het oppeppend effect nog steeds op, maar het bewustzijnsveranderende effect niet meer.

Omgekeerde tolerantie

Door vernietiging van bepaalde weefsels of door ouder worden kan de persoon ineens weer gevoeliger worden voor alcohol of drugs. Dat zie je bijvoorbeeld bij alcohol. Als de lever door het vele drinken minder functioneert blijft de alcohol maar door het lichaam circuleren. De drinker blijft dan de hele dag dronken van slechts een glas wijn.

Gedragstolerantie

Bij gedragstolerantie is sprake als de gebruiker weet wat hij alcohol kan verwachten. Hij kan dan compenseren voor de effecten. Bijvoorbeeld door extra oplettend te zijn.

Zie ook de animatie Drugs in het lichaam.

 

Versie: mei 2019

ISO 9001 HKZ

Disclaimer | Privacy- en Cookiebeleid | © 2020 Jellinek - Alle rechten voorbehouden | Realisatie: Lemon

Arkin