Met Drug bedoelen we het middel dat je gebruikt. Bijvoorbeeld alcohol, wiet of cocaïne.
Hierbij spelen verschillende dingen mee die bepalen wat je voelt.
Soort middel
Stimulerend: geeft energie. Bijvoorbeeld speed, cocaïne, XTC/MDMA
Verdovend: maakt rustig of slaperig. Bijvoorbeeld alcohol, slaapmiddelen, GHB
Waarnemingsveranderend: laat je de wereld anders beleven. Bijvoorbeeld paddo's, LSD, 2C-B
Hoeveel je hebt gebruikt
Als je meer gebruikt wordt het effect vaak sterker. Ook zijn er meer risico's.
Sterkte en kwaliteit
Soms zijn drugs vervuild. Dat betekent dat er andere dingen in zitten dan de stof die je verwacht. Soms zorgt die stof voor meer risico's of een ander effect.
Ook verschilt het per drug hoe sterk het is. In de ene XTC-pil zit bijvoorbeeld meer MDMA dan in de andere pil.
Je kunt je drugs laten testen bij de drugstestservice. Dan weet je wat er in je drugs zit en vaak ook hoe sterk het is.
Combinaties
Als je alcohol, andere drugs en/of medicijnen met elkaar combineert, kan het effect van je drug sterker voelen of juist minder sterk. Je weet vaak niet precies wat er gaat gebeuren en de risico's zijn groter.
Manier van gebruiken
Je kunt drugs slikken, snuiven, roken of injecteren. Als je drugs snuift of rookt, voel je ze sneller dan bij slikken. Maar het effect gaat ook weer sneller voorbij.