Waarom drugs steeds anders kunnen werken: drug, set en setting

Het effect dat je krijgt nadat je drugs hebt gebruikt kan per keer verschillen. Dat heeft te maken met drie verschillende dingen:

  1. het middel dat je gebruikt: de drug
  2. hoe jij je lichamelijk én geestelijk voelt: de set
  3. de omgeving waarin je het gebruikt: de setting

Dit noemen we samen: drug, set en setting.

Drug

Met Drug bedoelen we het middel dat je gebruikt. Bijvoorbeeld alcohol, wiet of cocaïne.  
Hierbij spelen verschillende dingen mee die bepalen wat je voelt. 

Soort middel

Stimulerend: geeft energie. Bijvoorbeeld speed, cocaïne, XTC/MDMA 

Verdovend: maakt rustig of slaperig. Bijvoorbeeld alcohol, slaapmiddelen, GHB

Waarnemingsveranderend: laat je de wereld anders beleven. Bijvoorbeeld paddo's, LSD, 2C-B 

Hoeveel je hebt gebruikt

Als je meer gebruikt wordt het effect vaak sterker. Ook zijn er meer risico's.  

Sterkte en kwaliteit

Soms zijn drugs vervuild. Dat betekent dat er andere dingen in zitten dan de stof die je verwacht. Soms zorgt die stof voor meer risico's of een ander effect.  
Ook verschilt het per drug hoe sterk het is. In de ene XTC-pil zit bijvoorbeeld meer MDMA dan in de andere pil.  
Je kunt je drugs laten testen bij de drugstestservice. Dan weet je wat er in je drugs zit en vaak ook hoe sterk het is.  

Combinaties

Als je alcohol, andere drugs en/of medicijnen met elkaar combineert, kan het effect van je drug sterker voelen of juist minder sterk. Je weet vaak niet precies wat er gaat gebeuren en de risico's zijn groter.  

Manier van gebruiken

Je kunt drugs slikken, snuiven, roken of injecteren. Als je drugs snuift of rookt, voel je ze sneller dan bij slikken. Maar het effect gaat ook weer sneller voorbij. 

Set

Met Set bedoelen we hoe jij je voelt op het moment dat je de drugs gebruikt. Dit gaat over je lichaam én je hoofd.  

Lichamelijk 

  • je conditie, gezondheid en weerstand
  • of je genoeg hebt gegeten en gedronken (niet te weinig, niet te veel)
  • of je goed bent uitgerust
  • of je kleding past bij het weer (niet te warm, te koud of te nat)
  • hoe vaak je het middel al hebt gebruikt 
  • je geslacht; vrouwen voelen vaak een sterker dan mannen bij dezelfde dosis
  • je lengte en je gewicht 

Geestelijk 

  • je stemming (blij, bang of verdrietig 
  • of je gestrest bent of juist ontspannen 
  • wat je verwacht van het gebruik 

Setting

Met Setting bedoelen we de omgeving waarin je drugs gebruikt. Ook dat heeft veel invloed op wat je voelt.  

Plaats

Bijvoorbeeld thuis, op een festival, in de natuur

Temperatuur

Is het warm of juist koud

Prikkels

Geluid, muziek, lichten en andere indrukken 

Drukte 
Hoeveel mensen  er om je heen zijn 

Gezelschap 
Ben je met mensen die je goed kent en vertrouwt of juist niet? 

Activiteit 
Wat je aan het doen bent, zoals dansen of rustig zitten.  

Elke keer dat je drugs gebruikt, is de combinatie van drug, set en setting anders. Daardoor kan het effect ook anders zijn, zelfs als je hetzelfde middel gebruikt. Denk daarom altijd vooraf na over je set en setting. Zijn die niet goed? Dan is het beter om geen drugs te gebruiken. 

 

Zinberg model

Het idee van drug, set en setting komt uit de Zinberg-theorie van de Amerikaanse psychiater Norman Zinberg (1984). Nog steeds is dit de meestgebruikte theorie om het effect van een drug te duiden.  

 

versie: juli 2025