Deel jouw ervaring

Albert

Albert dacht altijd dat hij alles verkeerd deed. Dat gebrek aan zelfvertrouwen dronk hij weg met 3 flessen Martini per dag.

Albert (59) vindt dit interview heel moeilijk, geeft hij toe. Maar hij wil het tóch graag doen. Om anderen te helpen. ‘Ik zit hier met hartkloppingen, dat wil je niet weten!’ Morgen is een bijzondere dag voor hem. Dan gaat hij zijn 3-jaar-penning ophalen. ‘Ik sta stijf van de zenuwen,’ zegt hij. Maar waarom? Is hij niet trots op zichzelf, dat hij 3 jaar clean is? ‘Ik schaam me en heb het gevoel dat ik hem niet verdiend heb. Tsja, misschien slaat dat nergens op. Maar die gevoelens heb ik nu eenmaal. Dat zit er zo diep in. Dat gaat niet zo maar weg.’
Albert heeft altijd een lage dunk van zichzelf gehad. Hoe dat kwam? ‘Het is terug te voeren op mijn jeugd,’ vertelt Albert. ‘Mijn vader zei altijd: « Laat mij dat maar doen, want jij kunt dat toch niet. » Hij was erg dominant en emoties werden niet toegelaten. Verdriet sowieso niet: « Wat sta je daar nou te janken, ga naar boven! » zei hij dan. Maar ook trots of uitgelatenheid werd niet geduld. « Doe normaal, » werd er dan gezegd. Dus ik zat aan beide kanten klem.’ Albert was niet de enige die last had van zijn autoritaire vader. ‘We waren met zijn vijven. Mijn broers en zussen hebben ook allemaal een klap van de molen gekregen. 4 van de 5 zijn later verslaafd geraakt aan alcohol of drugs. En 3 van de 5, onder wie ikzelf, zijn destijds seksueel misbruikt. Niet door mijn vader maar door vrienden en kennissen, met medeweten en goedvinden van mijn vader.’

Werken in de horeca

De schade die dat opleverde, draagt Albert nog altijd met zich mee. Toch heeft hij vooruitgang geboekt, sinds hij clean is. ‘Ik was altijd een people pleaser. Omdat ik een lage eigenwaarde had, zocht ik bevestiging bij anderen. Ik wilde het iedereen naar de zin maken, wat extreme vormen kon aannemen. Ik ging iemand helpen met oversteken, die helemaal niet wilde oversteken. Vaak werkte mijn behaagzucht averechts. Inmiddels heb ik dankzij therapie geleerd om me minder aan te trekken van wat anderen vinden. Ik geef nog steeds, maar zonder iets terug te verwachten.’

Alberts alcoholgebruik hing samen met zijn onzekerheid. ‘Ik werkte jarenlang in de horeca. Maar als ik dan een praatje moest houden voor een gezelschap om te vertellen wat je allemaal kon kiezen bij het buffet, was ik te gespannen. Dan dronk ik een paar glazen om zelfvertrouwen te krijgen en dat eenvoudige praatje van vijf minuten te kunnen doen.’ Het kwam ook vaak voor dat Albert in een conflict geraakte, meestal over onbelangrijke zaken op het werk, en zich dat ontzettend aantrok. ‘Ik betrok het steevast op mezelf als er iemand boos was, ook als het eigenlijk niks met mij te maken had. Dat zelfverwijt leidde tot een gevoel van zelfmedelijden, dat ik vervolgens ging verdrinken.’ Albert werkte in een restaurant aan de Loosdrechtse plassen. En hij vond het leuk. ‘Laat mij maar terrassen lopen, heerlijk.’ Maar er was ook een nadeel : roken en drinken lijken nauw verweven te zijn met het werken in de horeca. ‘Na afloop gezellig blijven hangen en napraten. Veel mensen in de horeca doen het. Ik deed het ook. Zo dronk ik in die tijd al snel 1,5 fles witte wijn per dag.’

Living Apart en verder niks

Toch bleef het jarenlang bij die anderhalve fles. Totdat Albert ontslagen werd. De eigenares van het restaurant had besloten de leiding over te nemen. ‘Toen ben ik ander werk gaan doen. Ik belandde bij een elektrabedrijf dat gerund werd door een echtpaar. Zij waren net zo autoritair als mijn vader. Ik heb daar acht jaar gewerkt. Dagelijks voelde ik de afwijzing. Dat heeft mijn drankgebruik verergerd. Al snel zat ik op 3 flessen Martini per dag. Maar ik begon pas om vijf uur ’s middags. En ik had geen last van katers. Daarom vond ik dat ik geen drankprobleem had.’ Ondertussen had Albert 21 jaar lang een LAT-relatie. Zijn vriendin vond het niet leuk dat hij dronk, zeker niet toen hij steeds meer ging drinken. Toen hij 55 was, maakte ze het uit. ‘De LAT-relatie was toen eigenlijk al in een LA-relatie veranderd: het was niet meer Living Apart Together, maar Living Apart en verder niks.’

Ja, ik heb nog wat te bieden!

Een jaar na de breuk meldde Albert zich bij Jellinek. Inmiddels was hij 56. Het was een grote stap voor hem, zoals dat voor veel 50+ers het geval is. Dit kwam ook naar voren in het tv-programma Hallo Nederland van omroep MAX waarin Albert twee jaar geleden, inmiddels 11 maanden clean, te zien was. Hij vertelde dat hij op zijn diepste punt, vlak voordat hij zich bij Jellinek meldde, het leven eigenlijk niet meer zag zitten: ‘Vorig jaar heb ik twee keer gedacht: het hoeft van mij niet meer zo. Ik kan beter het slootje in springen.’ Ook Bani da Lima, Manager Behandelzaken bij Jellinek en van begin af aan betrokken bij de invoering van het Minnesota-model bij Jellinek in 2009, kwam in de uitzending aan het woord : ‘Voor oudere mensen speelt vaak het aspect van « Heeft het nog wel zin » een rol. Heb ik nog wat te bieden ? Maar je ziet dan in de behandeling dat dat moment komt. Het moment van : « Ja, ik heb nog wat te bieden. » En dan zie je ook fysiek die verandering.’

Moed, kalmte en wijsheid

Zo is het ook bij Albert gegaan. Hij kookt tegenwoordig elke dag voor zichzelf, iets wat hij nooit deed. Zet elke dag een foto van zijn eten op Facebook. Hij ziet er gezond uit, verhuisde van Hilversum naar Amsterdam. ‘Ik wilde dichtbij de Jellinek wonen. Ik woon er nu tien minuten vandaan. Zo kan ik de meetings regelmatig blijven bezoeken. En ik heb een maatje, Jason, die ik tijdens de detox heb ontmoet. We hebben toen afgesproken elkaar elke dag te appen. En dat doen we nu, drie jaar later, nog steeds.’ Boven zijn bed heeft Albert een zelfgemaakt kunstwerk gehangen met drie sleutelwoorden uit de Minnesota-methode: Moed, kalmte, wijsheid. ‘Ik heb geleerd de kalmte te hebben om te aanvaarden wat je niet kan veranderen, en de moed om te veranderen wat je wél kan veranderen.’

Geleerd om niet meteen naar de fles te grijpen

Omgaan met zijn persoonlijkheid is nog altijd lastig, erkent Albert. Maar het feit dat hij niet meer drinkt, helpt. ‘Ik was vooral naar Jellinek gegaan voor de psychotherapie die ze me konden bieden. Want hoeveel ik ook dronk, ik had geen katers en had niet het gevoel dat drank mijn probleem was. Ik dacht ook dat ik overdag hartstikke nuchter was. Nu ik clean ben, besef ik dat die drank ook de volgende dag nog in mijn bloed zat. Ik was de laatste tien jaar voordat ik ging afkicken, eigenlijk altijd beneveld. Dat beïnvloedt je hele doen en laten, 24 uur per dag.’ Nu hij sober is, kan Albert veel nuchterder naar situaties kijken die hem overkomen. ‘Ik reageer minder emotioneel, schiet minder snel in een kramp van zelfverwijt of zelfmedelijden. Ik heb geleerd mijn gedachten om te draaien naar positieve dingen. Dat vermogen helpt me om niet naar die fles te grijpen, en omgekeerd helpt het niet drinken me erbij die mentale switch te kunnen maken.’

Nog niet klaar voor de liefde

Misschien vindt hij ooit weer het geluk in de liefde. Maar voorlopig is hij voor een nieuwe relatie nog niet klaar, vindt Albert. ‘Ik moet eerst voor mezelf zorgen. Als ik een vriendin zou krijgen, zou ik meteen weer bezig zijn om haar gelukkig te willen maken. Nee, eerst even op mezelf blijven focussen nu.’ Hij geeft toe: zijn hart ligt nog steeds in de horeca. Toch wil hij er voorlopig niet werken. ‘Dat is de kat op het spek binden. Als ik met mensen wat ga drinken, ben ik bang dat hun glas te dicht naast het mijne staat. En dat ik dan per ongeluk van hun glas drink. Hetzelfde geldt voor de kant-en-klare ijsblokjes die ik altijd voor mijn Martini’s kocht bij de Albert Heijn: die kan ik niet meer kopen, want dat zou me teveel triggeren.’ Albert werkt nu als zorgchauffeur. Hij brengt mensen in een rolstoel van A naar B. ‘Dat geeft me veel voldoening. Ik help mensen. Ja, die behoefte zit er nog steeds in. Maar ik doe het nu op een gezonde manier.’

ISO 9001 HKZ

Disclaimer | Privacy- en Cookiebeleid | © 2020 Jellinek - Alle rechten voorbehouden | Realisatie: Lemon

Arkin