array ( )

Informatie over alcohol & drugs

Diabetes & heroïne

Voorlichting over diabetesmedicatie

Diabetes mellitus (suikerziekte)

Diabetes mellitus is ook wel bekend onder de naam suikerziekte. Ongeveer 600.000 mensen in Nederland lijden aan deze ziekte [1].

Suiker (glucose) is een belangrijke bron van energie voor het lichaam. Een teveel aan glucose wordt in het lichaam opgeslagen als glycogeen, wat bij een tekort aan glucose wordt afgebroken. De hoeveelheid suiker in het bloed (bloedsuikergehalte) is dan weer stabiel. Het hormoon insuline helpt bij het opslaan van een teveel aan glucose. Ook zijn er remmende hormonen die insuline juist tegenwerken [2].

De regulatie van het bloedsuikergehalte kan op twee manieren verstoord raken, waardoor er ook twee typen diabetes zijn.

 Type I: Het lichaam maakt nauwelijks insuline aan. Dit wordt verholpen door toediening van insuline. Deze vorm van diabetes begint vaak op jonge leeftijd [3].

 Type II: Het lichaam is ongevoelig geworden voor insuline, waardoor er meer insuline nodig is om het gewenste effect te bereiken. Er ontstaat een tekort, als gevolg hiervan verhoogt het bloedsuikergehalte. Deze vorm ontstaat meestal na het veertigste levensjaar [3].

Diabetes leidt tot een verhoogde kans op aandoeningen zoals hart- en vaatziekten, gezichtsstoornissen, blindheid, nierziekten en gevoeligheid en/of pijn in de ledematen [1]. Om deze complicaties op korte en lange termijn te voorkomen, worden geneesmiddelen voorgeschreven.

Als gevolg van diabetes of diabetesmedicatie kan de bloedsuikerspiegel dalen of stijgen. Als de bloedsuikerspiegel te laag is, wordt dit hypoglykemie of hypo genoemd. Je concentratievermogen neemt af en je kunt last krijgen van hoofdpijn, vermoeidheid, duizeligheid en hartkloppingen. Als het suikergehalte in het bloed te hoog is, spreekt men van hyperglykemie of hyper. Hierbij horen klachten als dorst, veel plassen, moeheid, jeuk of infecties.

Diabetesmedicatie

Geneesmiddelen bij diabetes worden ingedeeld in drie verschillende groepen: insulinen, orale bloedglucoseverlagende middelen en overige bloedglucoseverlagende middelen.

Insulinen

Insuline bevordert de opslag van glucose in de vorm van glycogeen. Cellen kunnen meer glucose opnemen. Hierdoor daalt de bloedsuikerspiegel tot een normale waarde. Insuline wordt altijd per injectie toegediend. Bij type I diabetes wordt alleen insuline gebruikt en geen andere middelen [2]. Als bijwerking kan een sterke daling van de bloedsuikerspiegel voorkomen. Klachten hierbij zijn trillen, duizeligheid, zweten, concentratiestoornissen, hartkloppingen en wazig zien [4].

– Voorbeelden: insuline aspart (Novorapid® en Novomix®), insuline (Insulatard® en Mixtard®) en insuline glargine (Lantus®).

Orale bloedglucoseverlagende middelen

Orale bloedglucoseverlagende middelen worden opgesplitst in de groepen sulfonylureumderivaten en biguaniden.

Sulfonylureumderivaten

Sulfonylureumderivaten worden toegepast bij mensen met diabetes type II. Het zijn middelen die de afgifte van insuline stimuleren. Bijwerkingen: te lage bloedsuikerspiegel, maag-darmstoornissen, allergische huidreacties en overgevoeligheid voor alcohol.

– Voorbeelden: tolbutamide (Rastinon®), glibenclamide (Daonil® en Euglucon®) en gliclazide (Diamicron®).

Biguaniden

Biguaniden worden toegepast bij mensen met diabetes type II met overgewicht. Ze maken de beschikbare insuline beter werkzaam door meer insulinereceptoren vrij te maken en overbodige aanmaak van glucose te verminderen. Bijwerkingen: verminderde eetlust en maag-darmklachten.

– Voorbeeld: metformine (Glucophage®).

Thiazolidinedionen

Thiazolidinedionen bevorderen de werking van insuline op een nog onbekende manier [4]. Het duurt zes tot acht weken voordat deze middelen goed werken. Bijwerkingen: gewichtstoename en vochtophoping.

– Voorbeelden: pioglitazon (Actos®) en rosiglitazon (Avandia®).

Overige bloedglucoseverlagende middelen

Overige bloedglucoseverlagende middelen hebben net als eerdergenoemde groepen een bloeddrukverlagend effect. Hiertoe behoren repaglinide (Novonorm®), acarbose (Glucobay®) en sitagliptine (Januvia®).

Interacties

Medicijnen en drugs kunnen elkaars werking versterken of juist verminderen. Als het ene middel het andere middel op deze manier beïnvloedt, spreken we van een wisselwerking of een interactie. Diabetesmedicatie heeft verschillende interacties met drugs.

Soms zijn drugs niet helemaal puur, maar versneden met andere stoffen. Vaak weet je niet met welke stoffen de drugs zijn versneden, dus dit kan gevaarlijk zijn.

Ook op een indirecte manier kunnen drugs gevolgen hebben voor het effect van medicijnen. Als het gebruik samengaat met slaaptekort, maaltijden overslaan en het vergeten of niet volgens voorschrift innemen van medicijnen kan dit onverwachte gevolgen hebben.

Als je diabetes hebt is het van groot belang dat je gezond en regelmatig eet. Alcohol en drugsgebruik gaat in het algemeen niet samen met een gezond en regelmatig eetpatroon. Gebruik van alcohol en drugs geeft een grote kans op ontregeling van de diabetes met ernstige gevolgen voor de gezondheid op lange termijn.

Literatuur diabetesmedicatie

  1. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (2008). Diabetes mellitus. (27 Okt. 2008). http://www.nationaalkompas.nl/gezondheid-en-ziekte/ziekten-en-aandoeningen/endocriene-voedings-en-stofwisselingsziekten-en-immuniteitsstoornissen/diabetes-mellitus/diabetes-mellitus-samengevat/
  2. Beysens, A.J.M.M. & Lenderink, A.W. (2003). Geneesmiddeleninformatie. Maarssen: Elsevier gezondheidszorg.
  3. Nederlands Huisartsen Genootschap (2006). NHG-standaard Diabetes mellitus type II. (27 Okt.2008). https://www.nhg.org
  4. Nederlands Huisartsen Genootschap (2006). NHG-patiëntenbrief: behandeling van diabetes. (27 Okt.2008). https://www.nhg.org
  5. Farmacotherapeutisch Kompas (2008). Onafhankelijke geneesmiddelinformatie voor professionals in de zorg. (28 Okt.2008)
  6. Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering der Pharmacie (2007). Informatorium Medicamentorum. ’s Gravenhage: WINap
  7. De Wit, R. & Sijes, M. (z.d.). Alle vragen en antwoorden. (29 Okt.2008). http://www.drugsinfoteam.nl
  8. PartyAndPlay (2006). Chems & meds, in combinatie met diabetesmedicatie. (30 Okt.2008).
  9. Tuijl, I., van (2007). Scriptie: diabetes mellitus & ecstasy. Utrecht: Trimbos Instituut.

 

Sitemap

Jellinek Advieslijn

Informatie en advies over alcohol- en drugsgebruik
Amsterdam
020 – 590 1515
ma t/m vr 15.00 tot 17.00 uur
Utrecht
088 – 1616 200
ma t/m vr 13.30 tot 16.30 uur

Chat Alcohol & drugs
ma t/m vr 13.00 tot 17.00 uur