array ( )

Informatie over alcohol & drugs

Antidepressiva & heroïne

Voorlichting over antidepressiva

Depressie

Antidepressiva

Interacties heroïne en antidepressiva

Literatuur

Depressie

We spreken van depressie wanneer iemand gedurende lange tijd een sombere stemming heeft en geen interesse of plezier meer beleeft. Andere mogelijke kenmerken zijn vermoeidheid, een opgejaagd gevoel, slaapproblemen, denken aan zelfmoord, vermindering van eetlust en gevoelens van schuld of waardeloosheid [1]. 5 tot 10% van de bevolking krijgt in zijn of haar leven te maken met een depressie. Het kan iedereen overkomen.

In het lichaam worden continu prikkels door de hersenen afgegeven. Deze worden door de zenuwcellen doorgegeven met behulp van chemische stoffen, zogenaamde neurotransmitters. Serotonine is een neurotransmitter die een belangrijke rol speelt bij stemming en emoties. Een van de belangrijkste oorzaken van een depressie is een te lage hoeveelheid aan serotonine in de hersenen. Antidepressiva zorgen voor een grotere beschikbaarheid van serotonine. Hierdoor vermindert de depressie en verbetert de stemming.

Ongeveer twee van de drie mensen met een depressie zoekt hiervoor professionele hulp. Zij komen terecht bij een huisarts. Deze kan kiezen voor psychotherapie, voor therapeutische behandeling met geneesmiddelen of een combinatie daarvan [2].

Antidepressiva

Antidepressiva zijn medicijnen die de klachten van een depressie verminderen. Hoe antidepressiva exact werken is onbekend. Wel is bekend dat antidepressiva op korte termijn het aantal neurotransmitters doen toenemen, en wel op de volgende twee manieren:

• Het remmen van de heropname van serotonine (voorkomen dat eenmaal afgegeven serotonine weer teruggaat naar de zenuw)

• Het voorkomen dat eenmaal afgegeven serotonine wordt afgebroken

Hierdoor herstelt de balans van serotonine in de hersenen en nemen de klachten meestal af: je wordt minder somber en kunt weer plezier beleven in het dagelijks leven.

Antidepressiva zijn onder te verdelen in de volgende drie groepen: de serotonineheropnameremmers (SSRI’s), de tricyclische antidepressiva (TCA) en de monoamino-oxidaseremmers (MAO-remmers) [1,3]. MAO-remmers zijn gevaarlijk vanwege de vele wisselwerkingen met andere geneesmiddelen en bepaalde voeding, daarom worden ze alleen nog voorgeschreven in uitzonderlijke gevallen [1,4].

Tricyclische antidepressiva (TCA)

Tricyclische antidepressiva (TCA) hebben onderling qua samenstelling veel met elkaar gemeen, maar verschillen qua effect en bijwerkingen. TCA remmen de heropname van zowel serotonine als noradrenaline, zodat deze stoffen langer in het lichaam blijven [5]. Je kunt bij gebruik van TCA last krijgen van bijwerkingen als verwardheid, verstopping, sufheid, slaperigheid, droge mond, problemen met het zien, onrust, spanning en een verminderde behoefte aan seks.

Voorbeelden: amitriptyline (Tryptizol®, Sarotex®), imipramine, clomipramine (Anafranil®), doxepine (Sinequan®) nortriptyline (Nortrilen®).

Serotonineheropnameremmers (SSRI’s).

Serotonineheropnameremmers (SSRI’s) remmen de heropname van serotonine, zodat deze stof langer in het lichaam blijft [4]. Het verschil met TCA is dat SSRI’s selectiever werken, dat wil zeggen bij de gebruikelijke dosis alleen op de serotonine-opname. SSRI’s kennen andere bijwerkingen dan TCA’s, namelijk maag- en darmklachten, misselijkheid, hoofpijn, angst, verwardheid en onrust.

Voorbeelden: citalopram (Cipramil®), fluoxetine (Prozac®), fluvoxamine (Fevarin®), paroxetine (Serotax®) en sertraline (Zoloft®).

MAO-remmers [6]

MAO-remmers vertragen de afbraak van onder andere de stoffen norepinefrine, serotonine en dopamine [1,6]. MAO-remmers oefenen hun effecten uit in het hele lichaam. Ze kennen soortgelijke bijwerkingen als de SSRI’s en in het begin van gebruik vooral slaapstoornissen en misselijkheid.

Voorbeelden: fenelzine (Nardil®) en tranylcypromine (Parnate®) en moclobemide (Aurorix®).

Interacties

Medicijnen en drugs kunnen elkaars werking versterken of juist verminderen. Als het ene middel het andere middel op deze manier beïnvloedt, spreken we van een wisselwerking of een interactie. Antidepressiva hebben verschillende interacties met drugs.

Soms zijn drugs niet helemaal puur, maar versneden met andere stoffen. Vaak weet je niet met welke stoffen de drugs zijn versneden, dus dit kan gevaarlijk zijn.

Ook op een indirecte manier kunnen drugs gevolgen hebben voor het effect van medicijnen. Als het gebruik van drugs samengaat met slaaptekort, maaltijden overslaan en het vergeten of niet volgens voorschrift innemen van medicijnen kan dit onverwachte gevolgen hebben. Combinatie van antidepressiva en drugs is sowieso onverstandig, omdat beide middelen het reactievermogen verminderen.

Chronisch gebruik van verschillende drugs kan een depressie veroorzaken [7,8]. Het is dus verstandig het gebruik in de hand te houden.

Literatuur Antidepressiva

  1. Farmacotherapeutisch Kompas (2008). Onafhankelijke geneesmiddelinformatie voor professionals in de zorg. (24 Nov.2008). http://www.fk.cvz.nl
  2. Baan, C.A. & Hutten, J.H. & Rijken, P.M. (2003). Afstemming in de zorg. Een achtergrondstudie naar de zorg voor mensen met een chronische aandoening. RIVM-rapport 282701005.
  3. Nederlands Huisartsen Genootschap (2003). Depressieve stoornis (depressie). (24 Nov. 2008). https://www.nhg.org
  4. Nederlands Huisartsen Genootschap (2004). NHG-patiëntenbrief: antidepressiva. (23 Nov. 2008). https://www.nhg.org
  5. Alcoholinfo.nl (2000). Antidepressiva en alcohol. (24 Nov.2008). http://www.alcoholinfo.nl
  6. De Wit, R. & Sijes, M. (z.d.). Alle vragen en antwoorden. (24 Nov.2008). http://www.drugsinfoteam.nl
  7. Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering der Pharmacie (2007). Informatorium Medicamentorum. ’s Gravenhage: WINap
  8. Touw, D. (2001). Interacties tussen geneesmiddelen en drugs, een nieuw terrein voor het bewakingssysteem. Pharmaceutisch Weekblad, jaargang 136 nr. 40.
  9. Geerlings, P.J. (1998). Populaire harddrugs. Geneesmiddelenbulletin, 32:39-47
  10. Baxter K. (Edited) (2005). 7th Edition Stockley’s Drug Interactions. London: Pharmaceutical Press.
  11. Dean, A. (2006). Illicit drugs and drug interactions. Pharmacist, jaargang 25 nr. 9.
  12. Vervaeke, H. (biomedicus). Serotoninesyndroom. (11 Jan.2009). Amsterdam
  13. Wikipedia, de vrije encyclopedie (2008). Paddo. (24 Nov.2008). http://nl.wikipedia.org/wiki/Paddo
  14. Beysens, A.J.M.M. & Lenderink, A.W. (2003). Geneesmiddeleninformatie. Maarssen: Elsevier gezondheidszorg.
  15. Hall, M. & Buckley, N. (2003). Het serotoninesyndroom. Geneesmiddelenbulletin, 37:82-85.

Sitemap

Jellinek Advieslijn

Informatie en advies over alcohol- en drugsgebruik
Amsterdam
020 – 590 1515
ma t/m vr 15.00 tot 17.00 uur
Utrecht
088 – 1616 200
ma t/m vr 13.30 tot 16.30 uur

Chat Alcohol & drugs
ma t/m vr 13.00 tot 17.00 uur