Hoe werkt XTC op de hersenen?
Wanneer XTC onze hersenen bereikt zorgt XTC ervoor dat de zenuwen serotonine afgeven. Bovendien zorgt XTC er voor dat de serotonine (nadat hij contact heeft gemaakt met de volgende zenuw en de prikkel heeft doorgegeven) niet zo snel terug gaat naar de oorspronkelijke zenuw zodat hij langer blijft werken.
Serotonine is een stofje in de hersenen dat zorgt voor overdracht van prikkels van de ene zenuw naar de andere zenuw. Dergelijke stofjes worden neurotransmitters genoemd.
Veel serotonine-bevattende zenuwen (serotonerge zenuwen) bevinden zich in het limbische systeem van onze hersenen. Het gebied dat onze emoties regelt en waar het beloningscentrum ligt.
Wanneer XTC onze hersenen bereikt zorgt XTC ervoor je beloningscentrum wordt geprikkeld waardoor de effecten van XTC optreden.
Get the Flash Player to see this player.
Zenuwuiteinden en prikkeloverdracht
Na het slikken van XTC zijn de serotonine-bevattende zenuwen leeg. De serotonine is gewoon op en ook XTC kan geen serotonine meer vrijmaken. De zenuw wordt na gebruik wel geprikkeld maar er is geen serotonine meer om de volgende zenuw te prikkelen. Het kort na elkaar slikken van XTC heeft dan ook geen zin. Het serotonine niveau moet eerst weer aangevuld worden en dat duurt enige tijd.
Werking van drugs in de hersenen.
|
1. Drugs werken via de hersenen en het ruggenmerg. Een belangrijk gebied in de hersenen is het limbisch systeem; het centrum in onze hersenen dat onze emoties regelt. In het lymbisch systeem bevindt zich ook het straf- en beloningscentrum. Prikkeling van een bepaalde plek in dit gebied geeft een prettig gevoel, prikkel je de hersenen weer ergens anders dan kun je een heel andere reactie krijgen.
2. Zenuwcellen geven boodschappen door. Hersenen en ruggenmerg bestaan uit miljarden cellen. Al die cellen staan met elkaar in verbinding. Een cel kan wel tienduizend zenuwuiteinden hebben die allen weer contact kunnen maken met andere zenuwcellen. Tussen de zenuwcellen zit een ruimte. Die ruimte wordt synaptische spleet genoemd.
Zenuwcellen kunnen signalen aan elkaar doorgeven via bepaalde stofjes die neurotransmitters genoemd worden. De neurotransmitters zitten opgeslagen in blaasjes in de zenuwuiteinden. Bij prikkeling van de zenuw komen de neurotransmitters uit deze blaasjes vrij en komen in de synaptische spleet terecht. De neurotransmitter beweegt zich dan naar de volgende zenuw en geeft het signaal aan die zenuw door. De zenuw wordt geprikkeld waardoor hij harder of juist langzamer gaat werken. Als het signaal is doorgegeven wordt de neurotransmitter weer losgekoppeld en gaat weer terug naar de zenuw waar hij vandaan kwam.
Neurotransmittters zijn a.h.w. de boodschappenjongens van de hersenen. Belangrijke neurotransmitters zijn: adrenaline, dopamine, acetylcholine en serotonine
3 Drugs beïnvloedt de neurotransmissie Drugs nu, beïnvloeden de werking van neurotransmitters. Drugs kunnen zorgen voor een andere prikkeloverdracht dan normaal. Drugs kunnen ervoor zorgen dat er: - meer of juist minder neurotransmitters zijn - neurotransmitters niet afgebroken worden - neurotransmitters niet terug kunnen naar de zenuw waar ze vandaan komen zodat ze maar blijven werken. - De werking van neurotransmitters geïmiteerd wordt.
4. XTC XTC zorgt ervoor dat de serotonine niet teruggaat naar de zenuw en dat er extra serotonine vrijkomt.
Voor meer informatie kijk bij: www.jellinek.nl/brain |

Zenuwcel met uitlopers. Bij de lichtgevende gedeelten worden signalen van de ene uitloper overgebracht naar de andere
Overige vragen:
overige vragen in de rubriek: XTC/algemeen
Laatste update: juli 2010
De pagina's van de Jellineksite en ook deze pagina kun je doorsturen naar een ander. Klik op de knop 'stuur door' helemaal boven aan de pagina, direct boven de foto.

