Privacy & Klachten
Hiernaast vindt u informatie over uw rechten en over het klachten- en privacy reglement. Onder de knop rechten vindt u ook informatie over hoe u een klacht kunt indienen.
Terug naar preventie en behandeling
In deze tekst staan de rechten en plichten die u heeft als cliënt van de Jellinek. U kunt ook lezen wat u kunt doen als u een klacht heeft. De tekst is geschreven voor mensen die vrijwilig in behandeling zijn of gaan bij de Jellinek. Voor cliënten die te maken hebben met een door Justitie opgelegde behandeling, gelden voor een deel andere regels.
- U heeft er recht op dat medewerkers van de Jellinek respectvol met u omgaan. Wij houden zo veel mogelijk rekening met uw eigen taal en achtergrond. Als dit nodig is, schakelen we een tolk in. U kunt aangeven dat u een andere - bijvoorbeeld een vrouwelijke of juist een mannelijke - hulpverlener wilt.
- U heeft recht op een vertrouwelijke ontvangst in een geschikte wachtruimte, spreekkamer of behandelruimte met voldoende privacy. Wij garanderen uw veiligheid in deze ruimtes.
- U heeft recht op een duidelijk advies en goede informatie over de eventuele behandeling die u kunt krijgen bij de Jellinek. Wij kunnen alleen behandelen met uw toestemming. U tekent voorafgaand aan een behandeling een overeenkomst met ons. Dat is het behandelplan waarin tenminste staat beschreven om welke reden u zich heeft aangemeld, wat het doel is van de behandeling, hoe de behandeling eruit ziet en hoe lang deze duurt.
- U heeft recht op een zorgvuldige omgang met en veilige opslag van uw dossier. Uw gegevens zijn alleen toegankelijk voor bevoegde Jellinekmedewerkers. Als behandelaars of instanties buiten de Jellinek informatie over u willen hebben, dan moeten wij altijd eerst aan u om toestemming vragen.
- U heeft het recht op inzage in uw eigen patiëntendossier. U mag een kopie aanvragen, zelf een verklaring toevoegen en aan het einde van uw behandeling het gehele dossier of delen daarvan laten vernietigen.
- Als u bij ons bent opgenomen heeft u het recht op een eigen kamer en mag u zelf uw persoonlijke bezittingen beheren in een veilige omgeving.
- U heeft recht op goede nazorg, nadat u een behandeling bij ons heeft doorlopen.
- U heeft het recht om een klacht in te dienen en op informatie over de manier waarop u dat kunt doen.
- Alle afwijkingen van de hierboven genoemde rechten moeten gemotiveerd en met uw instemming worden vastgelegd in het behandelplan.
- Bij minderjarige cliënten tot 12 jaar, zijn de ouders bevoegd om beslissingen te nemen. Tussen 12 en 16 jaar worden kind en ouders beide betrokken bij een besluit. Vanaf 16 jaar mag de cliënt zelf beslissingen nemen.
* U dient de behandelaar zo goed en volledig mogelijk te informeren.
* U dient u zo goed mogelijk te houden aan de afspraken, die u met ons heeft gemaakt in het kader van de behandeling. Afspraken die u niet kunt nakomen, moet u op tijd afzeggen bij de betreffende Jellinekbehandelaar.
* U dient uw financiële verplichtingen na te komen. Soms is een eigen bijdrage verplicht.
* U dient een identiteitsbewijs bij u te hebben als u de Jellinek bezoekt, zodat u zich desgevraagd kunt legitimeren.
* U moet zich houden aan de huisregels van de Jellinek vestiging die u bezoekt of waar u verblijft. Wij geven u voordat uw behandeling begint een exemplaar van deze huisregels.
* U dient vertrouwelijk om te gaan met de informatie die u krijgt van cliënten die samen met u in behandeling zijn en over zichzelf vertellen tijdens groepsbijeenkomsten
De Jellinek doet alles wat in zijn vermogen ligt om u de hiervoor beschreven plichten te garanderen. Wij zijn verplicht om u een goed avies en de juiste zorg te geven. Ons handelen baseren we op zo actueel mogelijke kennis van effectieve behandelmethoden en op onze deskundigheid en ervaring. Op basis van die deskundigheid maken we soms gebruik van het recht om een bepaalde behandeling te weigeren
Als u een klacht heeft, dan kunt u die het beste als eerste bespreken met uw behandelaar bij de Jellinek. Lukt dat niet om één of andere reden, bijvoorbeeld omdat u juist klachten over deze behandelaar heeft, dan kunt u de klacht bespreken met de leidinggevende van de betrokken Jellinekmedewerker. De medewerkers van de receptie kunnen u de naam en het adres van de leidinggevende geven.
Ook kunt u de klacht indienen bij de Raad van Bestuur, dat is de directie van de Jellinek. Die onderzoekt uw klacht en probeert zo snel mogelijk een oplossing te vinden.
Komt u er dan samen nog niet uit dan kunt u de klacht sturen naar de Jellinek Klachtencommissie. U kunt bij de Klachtencommissie een klachtenreglement opvragen.
Wilt u een onafhankelijk advies of steun bij het indienen van een klacht, dan kunt u een beroep doen op de Patiëntenvertrouwenspersoon. Dat is een onafhankelijke persoon die niet voor de Jellinek werkt en die er is om op te komen voor uw belangen. De Patiëntenvertouwenspersoon kan u een advies geven, zodat u zelf het probleem kunt oplossen. Maar hij of zij kan ook samen met u naar de betreffende behandelaar gaan om uw klacht te bespreken. Of u helpen om een schriftelijke klacht in te dienen.
Cliënten die van mening zijn dat de Jellinek de Wet Klachtenrecht Cliënten Zorginstellingen niet of onvoldoende naleeft, kunnen zich wenden tot de Inspectie voor de Gezondheidszorg.
Waar kunt u terecht?
Kijk voor contactgegevens van Jellinek en Arkin op Over de Jellinek.
Bij de Klachtencommissie van de Jellinek kunt u een klachtenreglement opvragen.
* In het Arkin Privacyreglement staat hoe wij omgaan met uw gegevens en uw patiëntendossier.
* Bij de telefonische hulplijn van de Stichting Patiëntenvertrouwenspersoon kunt u advies vragen: tel. 0900 - 444 8888 (kosten bedragen 10 eurocent per minuut, ma. t/m vrij. 10-16 uur). U kunt uw vraag aan de Stichting Patiëntenvertrouwenspersoon ook via e-mail aan de helpdeskmedewerker voorleggen: helpdesk@pvp.nl. Uw vraag wordt dan binnen een paar dagen beantwoord. Of bezoek de website van de Stichting Patiëntenvertrouwenspersoon.
In de Jellinek Cliëntenraad kunt u meedenken en meepraten over de Jellinek. De Cliëntenraad vergadert op vaste tijden en u kunt altijd een vergadering bijwonen. In de Cliëntenraad komen allerlei zaken aan de orde waarmee u als cliënt te maken kunt hebben. De Cliëntenraad is nauw betrokken bij beslissingen over het behandelprogramma, regels voor cliënten en personeel en zij adviseert de directie over deze zaken. U kunt ook lid worden van de Cliëntenraad. Kijk hieronder voor het adres.
* Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBO): deze wet regelt de relatie tussen ciënt en hulpverlener en legt hun rechten en plichten vast.
* Wet Medezeggenschap Cliënten Zorginstellingen (WMCZ): deze wet heeft betrekking op de medezeggenschap van cliënten in zorginstellingen.
* Wet Bijzondere Opnemingen Psychiatrische Ziekenhuizen (BOPZ): deze wet bepaalt in welke situaties mensen onvrijwillig mogen worden opgenomen in (o.a) GGZ-instellingen en bepaalt tevens hun rechtspositie.
* Wet Klachtrecht Cliënten Zorgsector (WKCZ): deze wet verplicht hulpverleners en zorginstellingen om een klacht volgens bepaalde regels te behandelen.
* Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg (BIG): deze wet heeft tot doel de kwaliteit van de beroepsuitoefening in de individuele gezondheidszorg te bevorderen en te bewaken en de cliënt te beschermen tegen ondeskundig en onzorgvuldig handelen door beroepsbeoefenaren. Zie ook: www.bigregister.nl.
* Kwaliteitswet Zorginstellingen: deze wet geeft algemene kaders waaraan de kwaliteit van de zorginstellingen moet voldoen.
Nadere informatie over deze wetten is verkrijgbaar bij:
* Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, website www.minvws.nl.
Postbus 51: www.postbus51.nl.
Jellinek hecht veel waarde aan het vertrouwelijk en zorgvuldig omgaan met de aan ons verstrekte gegevens. Binnen Jellinek geldt een Privacyreglement, waarin beschreven staat aan welke regels medewerkers van Jellinek zich moeten houden bij het omgaan met persoonsgegevens en dossiers. Ons Privacyreglement is te vinden om de website van ons moederbedrijf Arkin.
Voor de behandeling van BOPZ-klachten van onvrijwillig opgenomen cliënten en voor algemene klachten van vrijwillig en onvrijwillig opgenomen en ambulante cliënten.
Algemene Bepalingen
Artikel 1 Definities
Voor de toepassing van het bij of krachtens deze regeling bepaalde, wordt verstaan onder:
1.1 het bestuur: de Raad van Bestuur van de Stichting Jellinekkliniek, Stichting Jellinek Ambulante Verslavingszorg, Stichting Jellinek Consultancy, tezamen ook genoemd de Jellinek, zijn zorgaanbieder in de zin van art. 1, lid c, van de Wet klachtrecht Zorgsector (WKCZ).
1.2 de commissie: de klachtencommissie, ingesteld door het bestuur van de instelling;
1.3 de klacht: een in algemene zin naar voren gebracht bezwaar tegen gedragingen van medewerkers en / of van de instelling zelf; en / of een specifieke klacht gericht tegen een beslissing als omschreven in artikel 41 BOPZ.
Toelichting:
Een gedraging kan zijn een handelen maar ook een nalaten en het nemen van besluiten met gevolg voor de cliënt.
Een artikel 41 BOPZ klacht kan betreffen:
1) De beslissing dat de cliënt op grond van de stoornis van zijn geestvermogens niet in staat is zijn wil met betrekking tot de voorgestelde behandeling te bepalen;
2) De beslissing dat niettemin verzet van de cliënt het voorgestelde, onderscheidenlijk het overeengekomen behandelingsplan wordt toegepast voor zover dit volstrekt noodzakelijk is om ernstig gevaar voor de cliënt of anderen, voortvloeiende uit de stoornis van de geestvermogens, af te wenden (dwangbehandeling).
3) De beslissing dat middelen en maatregelen ter overbrugging van tijdelijke noodsituaties welke door de cliënt in het ziekenhuis als gevolg van de stoornis van de geestvermogens worden veroorzaakt worden toegepast.
4) De beslissing dat beperkingen in de fundamentele vrijheden moeten worden aangebracht.
5) Het niet toepassen van het overeengekomen behandelingsplan.
1.4 de klager: een algemene klacht kan door of namens een cliënt ingediend worden en door diegene die gebruik wil maken, gebruik maakt of heeft gemaakt van de zorgverlening en iedere hierbij rechtstreeks betrokkene of belanghebbende.
Wanneer de cliënt is overleden kunnen nabestaanden, in de ruimste zin van het woord, ook nog een klacht indienen over een gedraging jegens de cliënt door de instelling of haar medewerkers.
Degenen die een BOPZ-klacht kunnen indienen zijn: de cliënt, iedere andere in het ziekenhuis verblijvende cliënt en de echtgenoot, de ouders van een minderjarige cliënt voor zover zij ouderlijk gezag hebben, de ouders van een meerderjarige cliënt en voorts elke meerderjarige bloedverwant in de rechte lijn, niet zijnde een ouder, en in de zijlijn tot en met de tweede graad, de voogd, de curator of mentor van betrokkene.
1.5 de verweerder: de medewerker, werkzaam in de instelling, tegen wie de klacht zich richt, of de instelling zelf.
Toelichting:
Met het introduceren van een brede kring van klachtgerechtigden wordt geen enkele cliënt het klachtrecht ontnomen, mocht hij / zij daar zelf niet meer toe in staat zijn. Het is sterk aan te bevelen dat in het geval dat een klacht ingediend wordt namens een cliënt, de commissie nagaat bij de cliënt of deze bezwaar maakt tegen behandeling van de klacht, of eventueel bezwaar gemaakt zou hebben in het geval hij daar niet meer toe in staat is.
1.6 Cliëntenraad. De Cliëntenraad zoals bedoeld in de Wet Medezeggenschap Cliënten Zorginstellingen.
1.7 Reclasseringsinstelling. Een erkende instelling als bedoeld in artikel 4 van de Reclasseringsregeling 1995.
1.8 Ondernemingsraad. De Ondernemingsraad zoals bedoeld in de Wet op de Ondernemingsraden.
Artikel 2 Samenstelling, benoeming en ontslag van de commissieleden.
2.1 In de instelling is een commissie belast met de behandeling van klachten overeenkomstig het bepaalde in dit reglement.
2.2 De commissie bestaat uit tenminste drie leden en hun plaatsvervangers, waarvan in elk geval ten minste één lid en diens plaatsvervanger medicus is.
Eén lid en diens plaatsvervanger worden benoemd op bindende voordracht van de Cliëntenraad. De commissie wordt zodanig samengesteld dat een deskundige en zorgvuldige beslissing op de klacht te allen tijde is gewaarborgd.
2.3 De commissieleden worden benoemd, geschorst en ontslagen door het bestuur.
2.4 Het bestuur legt een voordracht tot benoeming van een commissielid ter instemming voor aan de Cliëntenraad en de Ondernemingsraad.
2.5 De leden en de plaatsvervangende leden worden benoemd voor een periode van vier jaar, te verlengen met periodes van vier jaar.
2.6 Inzake een BOPZ-klacht maken in ieder geval een jurist en een psychiater deel uit van de commissie.
2.7 De voorzitter van de commissie en diens plaatsvervanger zijn niet werkzaam voor of bij de instelling.
Toelichting:
De commissie beslist onafhankelijk, zonder last of ruggespraak.
2.8 Het bestuur voegt in overleg met de voorzitter van de klachtencommissie een ambtelijke secretaris toe, die voorbereidend werk kan doen zoals zelfstandig een feitenonderzoek verrichten, en die secretariële ondersteuning biedt aan de commissie.
2.9 Aan de leden en de plaatsvervangende leden kan slechts hun lidmaatschap ontnomen worden wegens verwaarlozing van hun taak of wegens andere dringende redenen genoemd in art. 678, boek 7 BW, op grond waarvan handhaving als lid of plaatsvervangend lid redelijkerwijs niet kan worden verlangd.
Indienen en behandelen van een klacht
Artikel 3 Indienen van een klacht en reactie door verweerder en diens leidinggevende
3.1 Een klacht wordt schriftelijk aan de commissie voorgelegd.
Wanneer schriftelijk indienen bezwaarlijk is ontvangt klager zo nodig ondersteuning om de klacht op schrift te stellen.
3.2 De ontvangst van een klacht wordt de klager binnen drie werkdagen schriftelijk bevestigd door de ambtelijk secretaris, waarbij tevens schriftelijke toestemming aan de cliënt gevraagd wordt ter inzage van het dossier door de commissie.
3.3 Van de indiening van een klacht en de inhoud daarvan doet de klachtencommissie binnen drie werkdagen mededeling aan degene op wie de klacht betrekking heeft en -indien van toepassing- aan diens leidinggevende.
3.4 Verweerder en leidinggevende moeten binnen een week na de in lid 3 bedoelde mededeling een schriftelijke reactie op de klacht aan de commissie zenden (eventueel gezamenlijk).
Artikel 4 Bemiddeling
4.1 De voorzitter van de commissie kan doen onderzoeken of een klacht, gericht aan de klachtencommissie - zonder formele behandeling - intern binnen de Jellinek op een voor klager bevredigende manier kan worden opgelost.
4.2 De voorzitter kan de ambtelijk secretaris verzoeken een onderzoek naar de relevante feiten in te stellen en daaromtrent schriftelijk aan de commissie te rapporteren.
4.3 De voorzitter kan - indien de klager daar uitdrukkelijk mee instemt - een lid van de commissie opdragen een bemiddelingspoging tussen klager en verweerder te ondernemen. Die bemiddelaar mag niet rechtstreeks bij het onderwerp van de klacht betrokken zijn.
Artikel 5 Behandelen van de klacht
5.1 De klacht wordt behandeld door ten minste drie leden van de klachtencommissie.
Inzake een BOPZ-klacht zijn bij de behandeling in ieder geval een jurist en een psychiater betrokken.
5.2 Aan de behandeling van een klacht wordt niet deelgenomen door een persoon tegen wiens beslissing of gedraging de klacht is gericht, of door een persoon die op een andere manier bij de klacht betrokken is.
5.3 Ter uitoefening van haar functie heeft de commissie de navolgende bevoegdheden:
a. vrije toegang tot de Jellinek met nachtneming van elementaire beginselen betreffende de persoonlijke levenssfeer;
b. het inwinnen van informatie, middels:
· inzage in bescheiden, die onder de competentie van het bestuur van de Jellinek vallen: na toestemming van het bestuur';
· inzage in het persoonlijk dossier van de cliënt, door of namens wie geklaagd wordt: na toestemming van de cliënt c.q. zijn vertegenwoordiger;
· het voeren van gesprekken met derden: na mededeling aan het bestuur.
c. het toepassen van het beginsel van hoor en wederhoor;
d. het oproepen van personen te verschijnen voor de commissie, welke oproep minimaal tien dagen voor de geplande verschijning moet zijn uitgebracht; indien de aldus opgeroepen persoon, ondanks een tweetal daartoe strekkende verzoeken, waarvan het tweede aangetekend wordt verzonden, zonder opgaaf van redenen verstek laat gaan, is de commissie bevoegd tot besluitvorming over te gaan.
5.4 Een ieder tot wie een dergelijk verzoek is gericht, verstrekt de gevraagde gegevens voorzover dit niet in strijd is met enige wettelijke plicht tot geheimhouding.
5.5 De klager en de verweerder worden in de gelegenheid gesteld mondeling of schriftelijk een toelichting te geven op de gedraging waarover is geklaagd.
Op verzoek van de klager of de verweerder kan het horen door de commissie apart van elkaar plaats vinden. Indien betrokkenen gescheiden zijn gehoord, kan de commissie besluiten beiden nogmaals te horen, al dan niet gescheiden.
Via een schriftelijk verslag wordt de inhoud van het besprokene aan de niet aanwezige partij medegedeeld.
5.6 De commissieleden hebben geheimhoudingsplicht en zullen zoveel mogelijk de persoonlijke levenssfeer van de betrokkenen beschermen.
Toelichting:
Voor een adequate behandeling van een klacht kan inzage in het dossier door de commissie nodig zijn, de cliënt moet hiervoor schriftelijke toestemming geven.
Indien een klacht is ingediend na het overlijden van een cliënt blijft in principe het dossier gesloten, tenzij aannemelijk is, dat de cliënt geen bezwaar zou hebben gemaakt tegen het openen van die delen van het dossier die betrekking hebben op het handelen van de medewerker of instelling waarop de klacht zich richt.
5.7 De klager en de verweerder kunnen zich tijdens behandeling van de klacht laten bijstaan door door hen aan te wijzen personen (voor zover hier kosten aan verbonden zijn, zijn deze voor eigen rekening van de betrokkene).
5.8 De commissie kan zich laten adviseren door deskundigen.
Artikel 6 Geen behandeling
6.1 Een klacht wordt niet verder behandeld indien zij wordt ingetrokken of indien zij naar genoegen van de klager door de bemiddeling is opgelost.
6.2 Een klacht kan buiten behandeling worden gelaten indien blijkt dat een gelijke klacht van dezelfde cliënt nog in behandeling is of indien een klacht geen betrekking heeft op een bezwaar als bedoeld in artikel 1 lid 3.
Artikel 7 Afdoening van algemene klachten
7.1 Inzake een algemene klacht stelt de commissie zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen vier weken na de indiening van de klacht, schriftelijk en met redenen omkleed, de klager, de betrokken cliënt indien deze niet de klager was, de verweerder en het bestuur in kennis van haar advies over de gegrondheid van de klacht of het niet in behandeling nemen hiervan. Indien de commissie afwijkt van deze termijn doet zij daarvan met redenen omkleed mededeling aan de klager en de verweerder onder vermelding van de termijn waarbinnen de commissie haar oordeel over de klacht zal uitbrengen. De in de eerste zin van dit lid genoemde termijn van vier weken wordt opgeschort voor de duur van de eventuele bemiddelingspoging als bedoeld in artikel 4.
7.2 De commissie kan adviseren de klacht gegrond, ongegrond of gedeeltelijk gegrond en gedeeltelijk ongegrond te verklaren. De commissie kan hierbij aanbevelingen doen.
7.3 Het bestuur van de instelling deelt binnen een maand na het advies van de commissie aan de klager, de verweerder(s) en de commissie schriftelijk mede of zij, naar aanleiding van dat advies, maatregelen zal nemen en zo ja, welke.
Bij afwijking van deze termijn deelt het bestuur dit met redenen mee aan de klager, de verweerder(s) en de commissie, onder vermelding van de termijn waarbinnen zij haar standpunt aan hen kenbaar zal maken.
Artikel 8 Afdoening van BOPZ-klachten
8.1 Inzake een BOPZ-klacht kan de commissie gedurende de beslistermijn de beslissing waartegen de klacht is gericht, schorsen.
8.2 Een verzoek de beslissing waartegen de klacht is gericht, voor de duur van de procedure te schorsen, wordt beoordeeld door de voorzitter en een lid-psychiater. Klager en verweerder worden op dit verzoek gehoord waarna binnen 2 werkdagen na ontvangst van het schorsingsverzoek schriftelijk het oordeel van de commissie wordt uitgebracht aan klager, verweerder en de manager van het betreffende circuit.
Alvorens een dergelijk besluit tot schorsing te nemen hoort de commissie de eerste geneeskundige.
8.3 Inzake een BOPZ-klacht doet de commissie uitspraak binnen twee weken voor klachten gericht tegen een nog lopende toepassing en binnen vier weken voor klachten gericht tegen een reeds beëindigde toepassing.
8.4 De commissie kan in haar uitspraak de klacht gegrond, ongegrond of gedeeltelijk gegrond en gedeeltelijk ongegrond beoordelen.
Tweede fase inzake een BOPZ Klachten procedure
Artikel 9 Indienen van een verzoekschrift bij de rechter
9.1 Indien de commissie niet tijdig haar beslissing heeft gegeven of indien de beslissing inhoudt dat de klacht (gedeeltelijk) niet gegrond is, kan de klager de inspecteur voor de gezondheidszorg schriftelijk vragen een verzoekschrift in te dienen ter verkrijging van de beslissing van de rechter over de klacht.
De klager voegt bij het verzoekschrift:
- een kopie van de klacht en
- een kopie van de beslissing van de commissie of van de mededeling van de commissie dat deze de klacht niet in behandeling neemt
9.2 De inspecteur dient het verzoekschrift ter verkrijging van de beslissing van de rechter in binnen twee weken, tenzij hij beslist dat de klager kennelijk niet ontvankelijk is.
Indien de klager niet de betrokken cliënt is dan hoort de inspecteur deze cliënt. Heeft deze bezwaar dan dient de inspecteur alleen om gewichtige redenen het verzoekschrift in.
9.3 Indien de cliënt de klager is, kan hij ook zelf, zonder tussenkomst van de inspecteur, een verzoekschrift bij de rechter indienen.
9.4 Bij het verzoekschrift ter verkrijging van de beslissing van de rechter (hetzij via de inspecteur ingediend, hetzij rechtstreeks door de cliënt zelf), dient een afschrift van de klacht en het oordeel van de commissie bijgevoegd te zijn.
Overige bepalingen
Artikel 10 Overige klacht- en meldmogelijkheden
Het in dit reglement gestelde laat onverlet de mogelijkheid van klagen en / of melden bij de civiele rechter, de inspectie voor de gezondheidszorg of overige organen die daartoe bevoegd zijn.
Artikel 11 Kosten
Voor de behandeling van klachten binnen de instelling mogen noch door de commissie noch door het bestuur, aanklager en verweerder kosten in rekening worden gebracht.
Artikel 12 Jaarverslag
De commissie brengt jaarlijks een geanonimiseerd verslag uit van haar werkzaamheden aan het bestuur van de instelling.
De instelling zendt het verslag voor 1 april van het daaropvolgende kalenderjaar aan de bevoegde regionale inspecteur van het staatstoezicht op de volksgezondheid.
Artikel 13 Wijze van openbaarmaking reglement
Dit reglement wordt binnen tien dagen nadat zij is vastgesteld, openbaar gemaakt op een wijze die in de instelling gebruikelijk is onder vermelding van het adres waar een klacht moet worden ingediend.
In de cliënteninformatiebrochures wordt het bestaan van het reglement gemeld.
Artikel 14 Vaststelling en wijziging reglement
14.1 Dit reglement wordt vastgesteld en gewijzigd door het bestuur, nadat de Cliëntenraad en Ondernemingsraad tijdig om instemming zijn gevraagd.
14.2 Voorstellen tot wijziging van het reglement worden voorgelegd aan de commissie.
Artikel 15 Toezicht
Het bestuur van de instelling ziet erop toe dat de commissie haar werkzaamheden verricht volgens dit reglement.
Artikel 16 Datum van inwerkingtreding
Dit reglement deel 1 treedt in werking per 12 mei 2003
Toelichting vooraf
Dit deel van het Klachtenreglement is gelijk aan het 'Klachtenreglement / reglement van orde van de klachtencommissie', zoals definitief vastgesteld in de bestuursvergadering van de Stichting Reclassering Nederland op 15 februari 1995.
Het bestuur van de Stichting Reclassering Nederland,
gelet op
- de artikelen 29 tot en met 32 van de Reclasseringsregeling 1995 en artikel 8, tweede lid, sub j., van de statuten van de Stichting Reclassering Nederland;
overwegende dat
- te allen tijde als eerste geprobeerd moet worden om een binnengekomen klacht van een cliënt op te lossen via overleg tussen cliënt, degene tegen wie de klacht zich richt en diens direct leidinggevende;
- dit overleg zo spoedig mogelijk moet leiden tot definitief uitsluitsel voor de cliënt;
- wanneer het overleg onverhoopt niet tot oplossing van de klacht leidt, voor de cliënt de weg openstaat om zich met zijn klacht te wenden tot een onafhankelijke klachtencommissie,
besluit vast te stellen het navolgende reglement:
Begripsbepalingen
Artikel 1
In dit reglement wordt verstaan onder:
a. De Stichting Reclassering Nederland: de landelijke stichting als bedoeld in artikel 2, eerste lid van de Reclasseringsregeling 1995.
b. Reclasseringsinstelling: een erkende instelling als bedoeld in artikel 4 van de Reclasseringsregeling 1995.
c. Instelling voor maatschappelijke dienstverlening: de in artikel 5 van de Reclasseringsregeling 1995 bedoelde instelling, die onder verantwoordelijkheid van de Stichting Reclassering Nederland bepaalde reclasseringswerkzaamheden verricht.
d. Cliënt: persoon of personen met wie een reclasseringsrelatie bestaat.
e. Gedraging: een handelen of een nalaten.
f. Klacht: een bezwaar van een cliënt tegen een gedraging die in het kader van reclasseringswerkzaamheden is verricht en die niet direct of indirect voortvloeit uit vastgesteld beleid.
g. Week: kalenderweek.
Organisatie Klachtencommissie
Artikel 2 Klachtencommissie
Er is een commissie die klachten behandelt van cliënten die menen rechtstreeks in hun belang getroffen te zijn door gedragingen die in het kader van reclasseringswerkzaamheden zijn verricht en die niet direct of indirect voortvloeien uit vastgesteld beleid. Deze commissie wordt verder aangeduid als de Klachtencommissie en houdt zitting in het ressort waar de klager zijn woon- of verblijfplaats heeft.
Artikel 3 Omvang en samenstelling Klachtencommissie
1. De Klachtencommissie bestaat uit een voorzitter en twee andere leden.
De leden en plaatsvervangend leden worden benoemd door het bestuur van de Stichting Reclassering Nederland. De Stichting Leger des Heils Welzijns- en Gezondheidszorg, afdeling reclassering heeft het recht één lid (niet zijnde de voorzitter) en een plaatsvervanger voor dat lid voor benoeming voor te dragen.
2. De voorzitter van de Klachtencommissie en diens plaatsvervanger zijn afkomstig uit de kring van met rechtspraak belaste leden van de rechterlijke macht. Een van de twee andere leden en diens plaatsvervanger zijn afkomstig uit de kring van maatschappelijk werkenden.
3. De leden en de plaatsvervangende leden van de Klachtencommissie mogen geen werknemer of vrijwilliger zijn bij of deel uitmaken van het bestuur van de Stichting Reclassering Nederland, van een reclasseringsinstelling of van een instelling voor maatschappelijke dienstverlening.
Artikel 4 Benoemingstermijn en ontslag
1. De benoeming van de leden en de plaatsvervangende leden van de Klachtencommissie geschiedt voor een termijn van vier jaar. Zij kunnen opnieuw worden benoemd.
2. De leden en de plaatsvervangend leden van de Klachtencommissie kunnen door het bestuur van de Stichting Reclassering Nederland tussentijds worden ontslagen indien zij opgehouden hebben de hoedanigheid te bezitten die de grond is geweest voor hun benoeming als lid of plaatsvervangend lid van de Klachtencommissie. Tussentijds ontslag wordt verder verleend als het lid of het plaatsvervangende lid daarom verzoekt dan wel wanneer dit lid de leeftijd van zeventig jaar heeft bereikt.
Artikel 5 Secretariaat
1. Het secretariaat van de Klachtencommissie wordt bekleed door een door het bestuur van de Stichting Reclassering Nederland aan te wijzen secretaris. Het bestuur wijst tevens een plaatsvervangend secretaris aan.
2. De secretaris en diens plaatsvervanger moeten het doctoraal examen Nederlands recht met goed gevolg hebben afgelegd.
Rechtsgang bij de Klachtencommissie
Artikel 6 Gronden voor en wijze van indiening van een klacht
1. Gelegenheid tot het indienen van een klacht bij de Klachtencommissie heeft de cliënt die meent rechtstreeks in zijn belang getroffen te zijn door een gedraging van (personen van) de Stichting Reclassering Nederland, van (personen van) een reclasseringsinstelling of van (personen van) een onder verantwoordelijkheid van de Stichting Reclassering Nederland werkzame instelling van maatschappelijke dienstverlening, e.e.a. voor zover die gedraging niet direct of indirect voortvloeit uit vastgesteld beleid.
2. De klacht richt zich formeel tegen de Algemeen Directeur van de Stichting Reclassering Nederland respectievelijk tegen de directeur van de reclasseringsinstelling.
3. De klacht wordt schriftelijk en met reden omkleed ingediend bij de secretaris van de Klachtencommissie (Secretariaatsadres: Postbus 8345, 3503 RH Utrecht).
Artikel 7 Beroepstermijn
1. De klacht wordt ingediend binnen zes weken na de dag waarop de klager definitief uitsluitsel heeft gekregen over de gedraging waarover hij zich wenst te beklagen.
2. Een klaagschrift dat wordt ingediend na afloop van de in het vorige lid bedoelde termijn, wordt door de Klachtencommissie niettemin toch in behandeling genomen indien blijkt dat de overschrijding van de termijn niet aan de klager te wijten is.
Artikel 8 Bevestiging ontvangst, toezending afschrift klacht aan tegenpartij
1. Uiterlijk binnen een week na binnenkomst van de klacht stuurt de secretaris van de Klachtencommissie een bevestiging van ontvangst aan de klager. Deze bevestiging gaat vergezeld van schriftelijke informatie over de verdere gang van zaken bij de Klachtencommissie.
2. Uiterlijk binnen een week na binnenkomst van de klacht zendt de secretaris van de Klachtencommissie een afschrift van het klaagschrift aan de Algemeen Directeur van de Stichting Reclassering Nederland dan wel aan de directeur van de reclasseringsinstelling waar de klacht zich tegen richt en aan de ressortdirecteur binnen wiens ressort de klacht speelt. Hij stelt de Algemeen Directeur dan wel de directeur van de reclasseringsinstelling daarbij in de gelegenheid binnen twee weken na toezending van dit afschrift schriftelijk te reageren op de klacht.
3. De secretaris zendt, tenzij de voorzitter anders oordeelt, van een in het tweede lid van dit artikel bedoelde reactie binnen een week een afschrift aan de klager.
Vereenvoudigde behandeling
Artikel 9 Onbevoegdheid, ongegrondheid en niet ontvankelijkheid
1. Indien een klager een klaagschrift indient tegen een gedraging waarover de Klachtencommissie niet mag beslissen, dan kan de voorzitter van de Klachtencommissie namens de Klachtencommissie beslissen dat deze 'kennelijk onbevoegd is'.
2. Indien een klager niet rechtstreeks in zijn belang wordt getroffen door de gedraging, dan kan de voorzitter van de Klachtencommissie namens de Klachtencommissie beslissen dat de klacht 'kennelijk niet gegrond is'.
3. Indien de termijn is verstreken waarbinnen de klacht kan worden ingediend en er geen sprake is van de situatie als beschreven in artikel 7, tweede lid of de klager geen belang meer heeft bij de uitspraak van de Klachtencommissie, dan kan de voorzitter van de Klachtencommissie namens de Klachtencommissie beslissen dat de klacht 'kennelijk niet ontvankelijk is'.
Artikel 10 Minnelijke schikking
1. De voorzitter van de Klachtencommissie beziet bij ontvangst van een klacht of een bemiddelingspoging zinvol kan zijn tussen de klager en degene(n) tegen wiens gedraging de klacht feitelijk is gericht c.q. onder wiens verantwoordelijkheid de gedraging valt. De bemiddeling is erop gericht tot een voor de klager aanvaardbare oplossing van het geschil te komen.
2. Als een bemiddelingspoging zinvol wordt geacht wijst de voorzitter van de Klachtencommissie als bemiddelaar een van haar leden of een derde aan. Deze derde kan ook de ressortdirecteur zijn binnen wiens ressort dan wel de directeur binnen wiens reclasseringsinstelling degene tegen wie de in het eerste lid van dit artikel bedoelde klacht is gericht werkzaam is.
3. Zodra een bemiddelaar is aangewezen zendt de secretaris van de Klachtencommissie onmiddellijk schriftelijk bericht aan de klager en aan degene tegen wie de in het eerste lid van dit artikel bedoelde klacht is gericht dat er een bemiddelingspoging wordt ondernomen.
4. Het resultaat van de bemiddelingspoging moet binnen een door de voorzitter van de Klachtencommissie bepaalde periode schriftelijk door de bemiddelaar aan de Klachtencommissie worden medegedeeld. De periode bedraagt ten hoogste vier weken na ontvangst van de klacht. De voorzitter van de Klachtencommissie kan deze periode vanwege dringende redenen eenmaal met een periode van maximaal twee weken verlengen.
5. De Klachtencommissie deelt het resultaat van de bemiddeling schriftelijk mede aan de klager met het verzoek binnen een periode van twee weken schriftelijk aan te geven of hij de klacht wil intrekken dan wel de klacht alsnog behandeld wil zien door de Klachtencommissie.
6. Uiterlijk binnen een periode van vier weken na ontvangst van de reactie van de klager op het gestelde in het vijfde lid vindt waar nodig een zitting van de Klachtencommissie plaats.
De verdere behandeling van de klacht
Artikel 11 Voorbereiding behandeling
1. De voorzitter van de Klachtencommissie bepaalt plaats en tijd van de zitting van de Klachtencommissie waar de klager en de functionaris die namens de Stichting Reclassering Nederland dan wel de reclasseringinstelling optreedt, in de gelegenheid worden gesteld zich in elkaars tegenwoordigheid te doen horen. Partijen kunnen zich daarbij door een gemachtigde laten bijstaan.
2. Voor de behandeling ter zitting worden partijen ten minste twee weken tevoren bij brief met ontvangstbevestiging uitgenodigd.
3. De naam van een eventuele gemachtigde dient waar mogelijk een week voor de zittingsdag door de partij die de machtiging afgeeft schriftelijk aan de Klachtencommissie en aan de wederpartij bekend te worden gemaakt.
4. Indien de klager de Nederlandse taal niet beheerst, voorziet de secretaris in vertaling van de relevante stukken en in bijstand van een tolk.
5. De klager kan zich laten bijstaan door een vertrouwenspersoon. Deze moet tenminste de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt en mag geen werknemer / vrijwilliger van de Stichting Reclassering Nederland / de reclasseringsinstelling of de instelling voor maatschappelijke dienstverlening zijn.
6. De Klachtencommissie kan al dan niet op verzoek van de klager of de functionaris als bedoeld in het eerste lid van dit artikel, andere personen dan de in het eerste lid van dit artikel bedoelde, horen, bij hen nadere inlichtingen inwinnen of op het geding betrekking hebbende stukken opvragen.
Artikel 12 Wraking en verschoning
1. Voor de behandeling ter zitting kan elk van de leden van de Klachtencommissie door een of meer van de bij de klacht betrokken partijen worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden die het vormen van een onpartijdig oordeel door het desbetreffende lid zouden bemoeilijken.
2. Elk lid van de Klachtencommissie kan zich op grond van feiten of omstandigheden als in het eerste lid van dit artikel bedoeld verschonen.
3. De andere leden van de Klachtencommissie (incl. de plaatsvervanger van het lid dat gewraakt wordt) beslissen zo spoedig mogelijk of de wraking wordt toegestaan.
Artikel 13 Behandeling ter zitting
1. De voorzitter van de Klachtencommissie geeft elk der partijen de gelegenheid het standpunt toe te lichten.
2. De Klachtencommissie kan, al dan niet op verzoek van partijen, besluiten betrokkenen buiten elkaars tegenwoordigheid te horen. In dat geval worden zij op de hoogte gesteld van hetgeen buiten hun tegenwoordigheid heeft plaatsgevonden.
3. Voordat de behandeling ter zitting wordt gesloten, deelt de voorzitter van de Klachtencommissie partijen mede wanneer uitspraak zal worden gedaan. Deze uitspraak wordt in het algemeen gedaan binnen vier weken na de zitting.
Artikel 14 Gronden voor de beslissing en uitspraak
1. De Klachtencommissie grondt haar beslissing op de vraag of de gedraging waartegen de klacht zich richt:
- al dan niet in strijd is met een wettelijk voorschrift en / of binnen de Stichting Reclassering Nederland dan wel de reclasseringsinstelling geldende regelingen; en
- bij afweging van alle feiten en omstandigheden in redelijkheid niet toelaatbaar moet worden geacht.
2. De Klachtencommissie kan een klacht gegrond, ongegrond of niet ontvankelijk verklaren. Ze kan zichzelf onbevoegd verklaren om over een klacht te oordelen.
3. De uitspraak van de Klachtencommissie, door de voorzitter en secretaris getekend, wordt in afschrift toegezonden aan partijen.
4. Indien de Klachtencommissie een klacht gegrond verklaart, kan ze aan de Minister van Justitie, aan de Stichting Reclassering Nederland dan wel aan de reclasseringsinstelling een aanbeveling doen. De Stichting Reclassering Nederland dan wel de reclasseringsinstelling stelt de klager en de Klachtencommissie gemotiveerd op de hoogte van het gevolg dat aan de aanbeveling wordt gegeven.
Artikel 15 Openbaarheid
1. De zittingen van de Klachtencommissie vinden plaats achter gesloten deuren.
2. Een in artikel 14, vierde lid bedoelde aanbeveling wordt openbaar gemaakt.
3. Het klachtdossier wordt gescheiden van het cliëntdossier bij de Stichting Reclassering Nederland of bij de reclasseringsinstelling bewaard.
4. Het klachtdossier wordt door de Klachtencommissie, de Stichting Reclassering Nederland dan wel de reclasseringsinstelling vernietigd vijf jaar na de datum waarop officieel over de klacht is beslist.
Overgangsbepaling
artikel 16 Overgangsbepaling
1. De bestaande klachtencommissies blijven hun werkzaamheden verrichten tot het moment waarop de Klachtencommissie aantreedt, doch uiterlijk tot 1 maart 1995.
2. Klachten die voor het moment waarop de Klachtencommissie aantreedt, bij bestaande klachtencommissies zijn ingediend, worden door die klachtencommissie afgehandeld.
Slotbepalingen
Artikel 17 Openbaar verslag
Ingevolge artikel 33, vierde lid van de Reclasseringsregeling 1995 brengt de Klachtencommissie jaarlijks een -niet tot personen herleidbaar- verslag uit.
Artikel 18 Kosten verbonden aan de Klachtencommissie
De vacatiegelden en de onkostenvergoedingen voor de leden van de Klachtencommissie alsmede de kosten van het secretariaat van de Klachtencommissie komen ten laste van de Stichting Reclassering Nederland.
Artikel 19 Inwerkingtreding en citeertitel
1. Dit reglement treedt in werking op 1 januari 1995.
2. Dit reglement kan worden gewijzigd of ingetrokken.
3. Dit reglement kan worden aangehaald als 'Klachtenreglement Reclassering'.
Artikel 20 Inzagemogelijkheid
Dit reglement ligt in ieder geval ter openbare inzage bij de Algemeen Directeur en de ressortdirecteuren van de Stichting Reclassering Nederland en bij de directeur van de reclasseringsinstelling / de instelling voor maatschappelijke dienstverlening.


